Civiel recht overig
opschorting. Algemene voorwaarden. bewijs
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 29 september 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:3790 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 29 september 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2015-3790
Zaakgegevens
Op 29 september 2015 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 29 september 2015
- Datum publicatie
- 29 september 2015
- Zaaknummer
- HD 200.155.001_02
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R Haouli te 's-Hertogenbosch, mr. W.M.H Weijmans te 's-Hertogenbosch
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2015:3790
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
opschorting. Algemene voorwaarden. bewijs
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.155.001/02
arrest van 29 september 2015
gewezen in het incident ex artikel 351 Rv in de zaak van
1 Decon Systems B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
2. L.D.A. B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
appellanten in de hoofdzaak,
eiseressen in het incident,
hierna aan te duiden als: Decon en LDA,
advocaat: mr. R. Haouli te 's-Hertogenbosch,
tegen
1 de vennootschap onder firma [V.O.F.] ,
gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
2. [geïntimeerde 2] ,
vennoot van geïntimeerde sub 1,
wonende te [woonplaats] ,
3. [Beheer] B.V.,
vennoot van geïntimeerde sub 1,
gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
geïntimeerden in de hoofdzaak,
verweersters in het incident,
hierna aan te duiden als: [geïntimeerden],
advocaat: mr. W.M.H. Weijmans te 's-Hertogenbosch,
op het bij exploot van dagvaarding van 7 augustus 2014 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch gewezen vonnis van 14 mei 2014 tussen Decon en LDA als eiseressen in conventie, verweersters in reconventie en [geïntimeerden] als gedaagden in conventie, eiseressen in reconventie.
1 Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/01/262207/HA ZA 13-307)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en naar het tussenvonnis van 9 oktober 2013.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep met één productie (het vonnis van 14 mei 2014);
- de memorie van grieven tevens akte houdende wijziging/vermeerdering van eis tevens akte houdende incidentele vordering ex artikel 351 Rv met producties;
- de antwoordconclusie in incident;
- de memorie van antwoord tevens houdende incidenteel appel met producties;
- de memorie van antwoord in het incidenteel appel.
Het hof heeft een datum voor arrest bepaald in het incident.
3 De beoordeling
In het incident
In het bestreden vonnis heeft de rechtbank de vordering in conventie afgewezen en Decon en LDA veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van [geïntimeerden] tot aan de uitspraak begroot op € 1.493,--, te vermeerderen met de wettelijke rente. In reconventie heeft de rechtbank Decon veroordeeld om aan [geïntimeerden] te betalen een bedrag van € 19.207,32 en de proceskosten, aan de zijde van [geïntimeerden] tot aan de uitspraak begroot op € 452,--, te vermeerderen met de wettelijke rente. Decon en LDA zijn in conventie en in reconventie tevens in de nakosten veroordeeld. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De vordering in dit incident strekt ertoe dat het hof de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis schorst. Decon en LDA stellen daartoe dat het vonnis op een klaarblijkelijke juridische misslag berust omdat de rechtbank ten onrechte geen onderscheid heeft gemaakt tussen Decon en LDA en Decon ook veroordeeld heeft tot betaling van bedragen die aan LDA gefactureerd hadden moeten worden.
[geïntimeerden] voeren gemotiveerd verweer.
Het hof is van oordeel dat geen sprake is van een juridische misslag in het bestreden vonnis. Vast staat dat Decon en LDA in eerste aanleg geen conclusie van antwoord in reconventie hebben genomen en dat de (primaire) vordering in reconventie is toegewezen op de grond dat Decon en LDA geen verweer hebben gevoerd en door [geïntimeerden] een voldoende grondslag is gesteld (zie rechtsoverweging 4.11 van het bestreden vonnis). De omstandigheid dat de rechtbank de vordering mogelijk zou hebben afgewezen indien Decon en LDA in reconventie het hiervoor onder rechtsoverweging 3.2 – verkort weergegeven – verweer hadden gevoerd, betekent naar het oordeel van het hof niet dat gezegd kan worden dat de veroordeling in reconventie op een klaarblijkelijke juridische misslag berust.
Aangezien Decon en LDA geen andere grondslag voor hun incidentele vordering hebben gesteld, leidt het voorgaande tot de conclusie dat de vordering zal worden afgewezen. Als de in het ongelijk gestelde partij zullen Decon en LDA worden veroordeeld in de proceskosten van het incident. Op vordering van [geïntimeerden] zal de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
In de hoofdzaak
Het hof constateert dat Decon en LDA hebben nagelaten om bij introductie van de zaak conform artikel 3.1 aanhef en sub e van het Procesreglement per 1 januari 2013 voor de pilot civiele dagvaardingszaken bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch het volledige procesdossier van de eerste aanleg in het geding te brengen. Enkel de inleidende dagvaarding en de vonnissen zijn overgelegd. Het hof zal Decon en LDA in de gelegenheid stellen dit verzuim te herstellen, waarna het hof een datum voor arrest zal bepalen.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
4 De beslissing
Het hof:
in het incident:
wijst de vordering van Decon en LDA tot schorsing van de executie af;
veroordeelt Decon en LDA in de proceskosten van het incident, welke kosten aan de zijde van [geïntimeerden] tot de dag van deze uitspraak worden begroot op € 894,--;
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
in de hoofdzaak:
stelt Decon en LDA in de gelegenheid alsnog het volledige procesdossier van de eerste aanleg in het geding te brengen en verwijst de zaak daartoe naar de rol van 13 oktober 2015;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en M.G.W.M. Stienissen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 29 september 2015.
griffier rolraadsheer