Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 6 oktober 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:3894 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 6 oktober 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2015-3894
Zaakgegevens
Op 6 oktober 2015 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 6 oktober 2015
- Datum publicatie
- 6 oktober 2015
- Zaaknummer
- HD 200 165 702_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.W.H.M Dijkmans te Bladel, mr. N.H.A Kampschreur te Eindhoven
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2015:3894
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
incident tot voeging
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.165.702/01
arrest van 6 oktober 2015
gewezen in het incident tot voeging in de zaak van
[appellant],
wonende te [woonplaats] ,
appellant in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
advocaat: mr. P.W.H.M. Dijkmans te Bladel,
tegen
1 [holding] Holding B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [geïntimeerde 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
3. [geïntimeerde 3] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden in de hoofdzaak,
eisers in het incident,
advocaat: mr. N.H.A. Kampschreur te Eindhoven,
op het bij exploot van dagvaarding van 17 februari 2015 ingeleide hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant gewezen vonnissen van 9 juli 2014 en 19 november 2014 tussen appellant – [appellant] – als eiser en geïntimeerden – [geïntimeerden c.s.] – als gedaagden.
1 Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/01/276513 / HAZA 14-239)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnissen.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding in hoger beroep;
-
het exploot van anticipatie van 2 maart 2015;
-
de memorie van grieven met producties;
-
de memorie van antwoord met producties alsmede memorie in het incident tot voeging;
-
de antwoordmemorie in het incident tot voeging.
Appellant heeft daarna pleidooi gevraagd.
3 De beoordeling
In het incident
In voormelde appeldagvaarding heeft [appellant] geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep alsmede – voor zoveel nodig – alle daaraan voorafgaande mondelinge en schriftelijke tussenvonnissen en, opnieuw rechtdoende, de vorderingen van [appellant] alsnog toe te wijzen en [geïntimeerden c.s.] te veroordelen in de proceskosten van beide instanties.
Ter rolle van 28 juli 2015 heeft [geïntimeerden c.s.] onder meer een incidentele conclusie tot voeging genomen van de onderhavige zaak met de eveneens bij het hof (onder zaaknummer HD 200.165.840/01) aanhangige zaak tussen [appellant] als appellant en [geintimeerde 1 onder zaaknummer HD 200 165 840_01] , [geintimeerde 2 onder zaaknummer HD 200 165 840_01] en [geintimeerde 3 onder zaaknummer HD 200 165 840_01] (hierna: [geintimeerden c.s. onder zaaknummer HD 200 165 840_01] ) als geïntimeerden.
[geïntimeerden c.s.] voert ter onderbouwing van het verzoek aan dat [appellant] in de inleidende dagvaarding in eerste aanleg direct een incidentele vordering tot voeging heeft ingediend, stellende dat de zaak tegen [geïntimeerden c.s.] betrekking heeft op hetzelfde onderwerp als, althans verknocht is met, de reeds bij de rechtbank aanhangige zaak tussen [appellant] en [geintimeerden c.s. onder zaaknummer HD 200 165 840_01] . [geïntimeerden c.s.] meent dat op basis van de door [appellant] in eerste aanleg genoemde omstandigheden, alsmede op basis van het eindvonnis in de gevoegde procedures, dat ook in hoger beroep voeging dient plaats te vinden. [geïntimeerden c.s.] meent dat voeging zeer gewenst is en daarnaast dat zulks om proceseconomische reden is geboden.
Bij memorie van antwoord in het incident heeft [appellant] zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Gelet op het bepaalde in artikel 353 lid 1 Rv in verbinding met artikel 222 Rv kan de gevraagde voeging worden bevolen, nu de hiervoor genoemde zaken met elkaar verknocht zijn.
Het hof zal de beslissing over de kosten van het incident aanhouden tot de einduitspraak.
In de hoofdzaak
De zaak wordt naar de rol verwezen tot de zaak met zaaknummer HD 200.165.840/01 voor beraad op de rol staat. Alsdan zullen verhinderdata van partijen worden gevraagd nu in onderhavige zaak door [appellant] pleidooi is verzocht.
4 De beslissing
Het hof:
in het incident:
beveelt de voeging van onderhavige zaak (zaaknummer HD 200.165.702/01) met de bij het hof aanhangige zaak met zaaknummer HD 200.165.840/01 tussen [appellant] als appellant en [geintimeerden c.s. onder zaaknummer HD 200 165 840_01] als gedaagden;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rol totdat in de zaak met zaaknummer HD 200.165.840/01 voor beraad op de rol staat, alsdan dienen partijen opgave te doen van verhinderdata;
in het incident en de hoofdzaak:
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en M.G.W.M. Stienissen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 6 oktober 2015.
griffier rolraadsheer