Civiel recht overig
Gekocht dressuurpaard bevalt niet. Nadere overeenkomst tot doorverkoop of inruil brengt geen soelaas.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 6 september 2016
ECLI:NL:GHSHE:2016:4040 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 6 september 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2016-4040
Zaakgegevens
Op 6 september 2016 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 6 september 2016
- Datum publicatie
- 6 september 2016
- Zaaknummer
- 200.187.379_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. S.A Wensing te Coevorden, mr. P.M Wawrzyniak te Oisterwijk
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2016:4040
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Gekocht dressuurpaard bevalt niet. Nadere overeenkomst tot doorverkoop of inruil brengt geen soelaas.
Procesgang
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 30 december 2015
ECLI:NL:RBZWB:2015:9000Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 6 september 2016deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2016:4040
Overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 31 juli 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:3260
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.187.379/01
arrest van 6 september 2016
gewezen in het incident tot voeging ex artikel 222 Rv in de zaak van
[de vennootschap 1] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat: mr. S.A. Wensing te Coevorden,
tegen
[partij 1] , h.o.d.n. [handelsnaam] ,
wonende te [woonplaats] , Duitsland ,
geïntimeerde in de hoofdzaak,
eiser in het incident,
advocaat: mr. P.M. Wawrzyniak te Oisterwijk,
op het bij exploot van dagvaarding van 24 februari 2016 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 30 december 2015, door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg gewezen tussen appellante – [appellante] – als één van de gedaagden en geïntimeerde – [geïntimeerde] – als eiser.
1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/297997 / HA ZA 15-254)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding in hoger beroep;
-
de memorie van grieven met producties;
-
de memorie van antwoord tevens houdende incidentele memorie tot voeging;
-
de antwoordmemorie in het incident.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest in het incident bepaald.
3 De beoordeling
In het incident
[geïntimeerde] heeft voeging gevorderd van de onderhavige zaak met de eveneens bij het hof (onder zaaknummer 200.188.249/01) aanhangige zaak tussen [geïntimeerde] als appellant en [partij 2] en [de vennootschap 2] als geïntimeerden.
[appellante] refereert zich met betrekking tot de incidentele vordering van [geïntimeerde] aan het oordeel van het hof. Zij voert alleen verweer ter zake de proceskosten van het incident.
Het hof stelt voorop dat de vordering tot voeging, gelet op het bepaalde in artikel 222 lid 3 jo. 220 lid 2 jo. 353 lid 1 Rv. tijdig is ingesteld.
Ingevolge artikel 353 lid 1 jo. 222 lid 1 Rv kan in het geval dat voor dezelfde rechter verknochte zaken aanhangig zijn de voeging daarvan worden gevorderd. Het hof is van oordeel dat de zaken waarvan voeging wordt gevorderd verknocht zijn. Beide zaken hebben betrekking op het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant gewezen vonnis van 30 december 2015 in de procedure met zaak-/rolnummer C/02/297997 / HA ZA 15-254 tussen [geïntimeerde] als eiser en [partij 2] , [appellante] en [de vennootschap 2] als gedaagden.
Gelet op het voorgaande zal het hof de door [geïntimeerde] gevorderde voeging bevelen. De beslissing over de proceskosten van het incident zal worden aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak.
In de hoofdzaak
De zaak wordt naar de rol verwezen voor beraad partijen. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
4 De beslissing
Het hof:
in het incident:
beveelt de voeging van de bij dit hof aanhangige zaken met nummer 200.187.379/01 en 200.188.249/01;
houdt de beslissing over de proceskosten aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rol van 20 september 2016 voor beraad partijen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en A.J. Henzen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 6 september 2016.
griffier rolraadsheer