Civiel recht overig
Huur. Vervolg op Hof ’s-Hertogenbosch 12 juli 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:2820, NJF 2016/407.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 4 oktober 2016
ECLI:NL:GHSHE:2016:4420 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 4 oktober 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2016-4420
Zaakgegevens
Op 4 oktober 2016 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 4 oktober 2016
- Datum publicatie
- 4 oktober 2016
- Zaaknummer
- 200.166.797_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.J.A Dielissen te Wouw, mr. B.H Vader te Oost-Souburg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2016:4420
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Huur.
Vervolg op Hof ’s-Hertogenbosch 12 juli 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:2820, NJF 2016/407.
Procesgang
Uitspraak · 2014
ECLI:NL:RBZWB:2014:9275Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 4 oktober 2016deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2016:4420
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.166.797/01
arrest van 4 oktober 2016
in de zaak van
Projekt Maatschappij Zeeland B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
hierna te noemen PMZ,
advocaat: mr. A.J.A. Dielissen te Wouw,
tegen
[Keukens] Keukens B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
hierna te noemen [Keukens] ,
advocaat: mr. B.H. Vader te Oost-Souburg,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 12 juli 2016 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, onder zaaknummer 3315071/14-4886 gewezen vonnis van 17 december 2014.
5 Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenarrest van 12 juli 2016;
- de akte van PMZ van 16 augustus 2016;
- de antwoordakte van [Keukens] van 13 september 2016.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.
6 De verdere beoordeling
Bij genoemd tussenarrest is geoordeeld dat de grieven slagen en dat de vorderingen van PMZ in beginsel toewijsbaar zijn, maar dat PMZ nog niet heeft gereageerd op het subsidiaire bij memorie van antwoord ingeroepen beroep van [Keukens] op matiging. PMZ is in de gelegenheid gesteld stelling te nemen. Het hof volhardt bij hetgeen werd overwogen en beslist.
In haar akte heeft PMZ gemotiveerd uiteengezet dat en waarom dit beroep moet worden verworpen. [Keukens] heeft bij antwoordakte aangegeven om haar moverende redenen af te zien van een reactie. De conclusie is dan het beroep op matiging moet worden verworpen.
De vorderingen van PMZ, die overigens niet zijn betwist door [Keukens] , zijn gespecificeerd in rechtsoverweging 3.2 van het tussenarrest en belopen € 8.310,78 en € 20.897,37. Ook de contractuele boete/vertragingsrente van 2% per maand over € 7.053,04 vanaf 1 augustus 2014 is toewijsbaar. Over het bedrag van € 20.897,37 is noch contractuele rente/boete, noch wettelijke (handels)rente gevorderd. In hoger beroep is evenmin nakosten gevorderd terwijl er geen nakosten in eerste aanleg meer te maken zijn.
[Keukens] dient als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten in eerste aanleg en in hoger beroep te worden verwezen (in hoger beroep 1½ punt, tariefgroep III)
7 De uitspraak
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep;
en opnieuw recht doende, mede op de vermeerdering van eis:
veroordeelt [Keukens] om aan PMZ te betalen € 8.310,78 te vermeerderen met de contractuele boete van 2% per maand vanaf 1 augustus 2014 tot de dag der voldoening over € 7.053,04;
veroordeelt [Keukens] om aan PMZ te betalen € 20.897,37;
veroordeelt [Keukens] in de proceskosten van de eerste aanleg en het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van PMZ op
€ 77,52 aan dagvaardingskosten eerste aanleg
€ 462,- aan griffierecht eerste aanleg
€ 500,- aan salaris gemachtigde in eerste aanleg
€ 77,84 aan dagvaardingskosten
€ 711,- aan griffierecht hoger beroep
€ 1.737,- aan salaris advocaat voor het hoger beroep;
en verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. W.H.B. den Hartog Jager, J.W. van Rijkom en P.P.M. Rousseau en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 4 oktober 2016.
griffier rolraadsheer