Civiel recht overig

aansprakelijkheid verzekeringstussenpersoon

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 9 mei 2017

Zaakgegevens

Op 9 mei 2017 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
9 mei 2017
Datum publicatie
9 mei 2017
Zaaknummer
200.177.529_01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. A.B Noordhof te Eindhoven, mr. W.M Stolk te Rijswijk
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2017:2001
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

aansprakelijkheid verzekeringstussenpersoon

Procesgang

  1. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:RBOBR:2014:7266
  2. Uitspraak · 2015

    ECLI:NL:RBOBR:2015:3241
  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 9 mei 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:GHSHE:2017:2001

  4. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 december 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:5504

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

afdeling civiel recht

zaaknummer 200.177.529/01

arrest van 9 mei 2017

in de zaak van

[appellant] ,

wonende in [woonplaats] ,

appellant in principaal appel, geïntimeerde in incidenteel appel,

advocaat: mr. A.B. Noordhof te Eindhoven,

tegen

[de vennootschap] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde in principaal appel, appellante in incidenteel appel,

advocaat: mr. W.M. Stolk te Rijswijk,

op het bij exploot van dagvaarding van 17 augustus 2015 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, handelsrecht, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch van 20 mei 2015, gewezen tussen appellant - [appellant] - als eiser en geïntimeerde - [de vennootschap] - als gedaagde.

1 Het geding in eerste aanleg (zaaknr./rolnr. C/01/283461 / HA ZA 14-643)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en naar het tussenvonnis van 12 november 2014, waarbij een verschijning van partijen is bevolen.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep;

- de memorie van grieven;

- de memorie van antwoord in principaal appel tevens houdende memorie van eis in incidenteel appel met producties;

- de memorie van antwoord in het incidenteel appel met producties;

-` de zijdens [de vennootschap] genomen akte.

Tenslotte is bepaald dat arrest zal worden gewezen. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De gronden van het hoger beroep

Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de betreffende memories.

4 De beoordeling

In het dossier van het hof bevindt zich een door [appellant] genomen antwoordakte met producties, gedateerd 26 april 2016. Op de rol is echter vermeld dat op 26 april 2016 geen antwoordakte is genomen. In het hof dossier bevindt zich geen H-formulier dat die antwoordakte zou hebben begeleid.

Het hof zal [appellant] in staat stellen om, indien hij van mening is dat hij tijdig op 26 april 2016 de antwoordakte heeft genomen, dit aan te tonen, waarbij hij in elk geval (een kopie van) het H-formulier dat die antwoordakte zou hebben begeleid moet overleggen. Indien hij meent dat die antwoordakte met producties wel is genomen, dient [de vennootschap] de gelegenheid te krijgen om zich over de bij die antwoordakte van [appellant] gevoegde producties 16 en 17 uit te laten.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5 De uitspraak

Het hof:

stelt [appellant] in staat zich bij akte, te nemen ter rolle van 23 mei 2017, uit te laten over de vraag of, en zo ja wanneer hij in reactie op de door [de vennootschap] op 29 maart 2016 genomen akte een antwoordakte heeft genomen, waarbij [appellant] , indien hij van mening is dat hij die akte (met producties 16 en 17) tijdig heeft genomen, in elk geval het daarbij behorende H-Formulier dient over te leggen;

stelt [de vennootschap] in staat om, mocht [appellant] menen tijdig een antwoordakte met producties 16 en 17 te hebben genomen, zich bij akte, vier weken nadat [appellant] de op 23 mei 2017 te nemen akte heeft genomen, een akte uitlating producties te nemen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.G.W.M. Stienissen, J.R. Sijmonsma en A.H. Henzen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 9 mei 2017.

griffier rolraadsheer