Civiel recht overig
incident ex artikel 222 Rv zie ook ECLI:NL:GHSHE:2017:3058 (tussenuitspraak)
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 4 juli 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:3059 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 4 juli 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2017-3059
Zaakgegevens
Op 4 juli 2017 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 4 juli 2017
- Datum publicatie
- 5 juli 2017
- Zaaknummer
- 200.207.442_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. B.A.R Janssen te Heerlen, mr. M.P Wolf te Breda
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2017:3059
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
incident ex artikel 222 Rv
zie ook ECLI:NL:GHSHE:2017:3058 (tussenuitspraak)
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.207.442/01
arrest van 4 juli 2017
gewezen in het incident ex artikel 222 Rv in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
advocaat: mr. B.A.R. Janssen te Heerlen,
tegen
1 [Participaties Holding] Participaties Holding B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [Holding] Holding B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
3. [Unitech ] Unitech B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerden in de hoofdzaak,
eiseressen in het incident,
advocaat: mr. M.P. Wolf te Breda,
op het bij exploot van dagvaarding van 26 oktober 2016, hersteld bij exploot van 4 november 2016, ingeleide hoger beroep van het vonnis van 27 juli 2016, door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch gewezen tussen onder meer appellant – [appellant] – als gedaagde sub 1 en geïntimeerden – [geintimeerden c.s.] – als eiseressen.
1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/273223 / HA ZA 14-36)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding in hoger beroep;
-
het herstelexploot
-
de memorie van grieven met producties;
-
de memorie in het incident van Sonnevanck;
-
de antwoordmemorie in het incident van [appellant] .
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.
3 De beoordeling
In het incident
Ingevolge artikel 222 lid 1 Rv, dat op grond van artikel 353 lid 1 Rv ook van toepassing is in hoger beroep, kan, ingeval voor dezelfde rechter verknochte zaken aanhangig zijn, daarvan de voeging worden gevorderd. Van verknochtheid in deze zin is sprake wanneer de feitelijke of juridische geschilpunten in de zaken identiek zijn dan wel een zodanige samenhang vertonen dat consistentie van de uitspraken geboden is. Daaraan kan ook zijn voldaan bij zaken tussen verschillende partijen.
Vooropgesteld wordt dat de vordering tot voeging door [geintimeerden c.s.] , gelet op de artikelen 222 lid 2 juncto 220 lid 2 juncto artikel 353 lid 1 Rv, tijdig is ingesteld.
[geintimeerden c.s.] vordert de voeging van de onderhavige zaak met de bij dit hof aanhangige zaak met zaaknummer 200.207.475/01.
[appellant] heeft zich voor wat betreft de vordering van [geintimeerden c.s.] in het incident gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Naar het oordeel van het hof bestaat tussen beide voornoemde zaken een zodanige band, dat het belang van een goede en doelmatige behandeling meebrengt dat deze zaken zoveel mogelijk gelijktijdig worden behandeld en beslist door dezelfde rechter.
Daartoe overweegt het hof dat (onder meer) [appellant] en [appellant in de zaak met zaaknummer 200.207.475_01] (appellant in de zaak met zaaknummer 200.207.475/01) in eerste aanleg door [geintimeerden c.s.] zijn gedagvaard en dat de rechtbank in die procedure op 27 juli 2016 (deel)uitspraak heeft gedaan. Beide procedures in hoger beroep betreffen het vonnis van 27 juli 2016 en hebben betrekking op hetzelfde feitencomplex, te weten – kort gezegd – een geschil over de overname van aandelen in uitzendbureau [uitzendbureau] Unitech B.V. (thans: [Unitech ] Unitech B.V.).
Het hof zal de vordering tot voeging derhalve toewijzen. De beslissing over de proceskosten van het incident zal worden aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak.
In de hoofdzaak
Verstaat dat de zaak wordt naar de rol verwezen voor memorie van antwoord. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
4 De beslissing
Het hof:
in het incident:
beveelt de voeging van de onderhavige zaak met de bij dit hof aanhangige zaak met zaaknummer 200.207.475/01;
houdt de beslissing over de proceskosten aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak;
in de hoofdzaak:
verstaat dat de zaak wordt verwezen naar de rol van 1 augustus 2017 voor memorie van antwoord;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, O.G.H. Milar en P.P.M. Rousseau en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 4 juli 2017.
griffier rolraadsheer