Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 7 november 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:4760 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 7 november 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2017-4760
Zaakgegevens
Op 7 november 2017 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 7 november 2017
- Datum publicatie
- 7 november 2017
- Zaaknummer
- 200.195.028_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. W.R Aerts te Vlissingen, mr. C.J de Wit te Vlissingen
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2017:4760
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
onderbewindstelling
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 7 november 2017deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2017:4760
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 16 januari 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:128
Uitspraak
GERECHTSHOF ?s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.195.028/01
arrest van 7 november 2017
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. W.R. Aerts te Vlissingen,
tegen:
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. C.J. de Wit te Vlissingen,
op het bij exploot van dagvaarding van 14 juni 2016 ingeleide hoger beroep van de door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, gewezen vonnissen van 6 januari 2016 en 16 maart 2016 tussen appellant - [appellant] - als eiser en geïntimeerde - [geïntimeerde] - als gedaagde.
1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 4202233/15-3354)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep van 14 juni 2016;
- de memorie van grieven van [appellant] van 20 september 2016 met een productie;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde] van 15 november 2016.
Partijen hebben arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.
3 De beoordeling
Alvorens op de zaak zelf in te gaan overweegt het hof het volgende. In het tussenvonnis van 6 januari 2016 heeft de kantonrechter overwogen dat bij beschikking van 20 maart 2014 opnieuw een bewind is ingesteld over de goederen van [appellant] . Gesteld noch gebleken is dat het bewind over de goederen van [appellant] inmiddels is geëindigd. Dat betekent dat de bewindvoerder het hoger beroep tegen [geïntimeerde] had moeten instellen. Dat is echter niet het geval. Het hof zal [appellant] in de gelegenheid stellen bij akte een verklaring in het geding te brengen waaruit blijkt dat de bewindvoerder de procedure als formele procespartij overneemt (HR 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:525). Voor enig ander doel is deze akte niet bestemd. Een antwoordakte wordt niet verwacht.
Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.
4 De uitspraak
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 21 november 2017 voor akte aan de zijde van [appellant] met het hiervoor onder 3.1 vermelde doel (geen antwoordakte);
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, M.G.W.M. Stienissen en M. van Ham en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 7 november 2017.
griffier rolraadsheer