Civiel recht overig
geen grieven; niet ontvankelijk
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 21 november 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:5033 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 21 november 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2017-5033
Zaakgegevens
Op 21 november 2017 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 21 november 2017
- Datum publicatie
- 21 november 2017
- Zaaknummer
- 200.223.239_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. W.H.J Semeijn te Zwolle, mr. R.P van Empel – Bouman te ’s-Hertogenbosch
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2017:5033
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
geen grieven;
niet ontvankelijk
Procesgang
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 15 augustus 2017
ECLI:NL:RBZWB:2017:5256Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 21 november 2017deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2017:5033
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.223.239/01
arrest van 21 november 2017
in de zaak van
Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA),
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. W.H.J. Semeijn te Zwolle,
tegen:
1 [geïntimeerde] ,
verblijvende te [verblijfplaats] ,
2. [geïntimeerde]
als wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [minderjarige] ,
verblijvende te [verblijfplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. R.P. van Empel – Bouman te ’s-Hertogenbosch,
op het bij exploot van dagvaarding van 11 september 2017 ingeleide hoger beroep van het door de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda gewezen vonnis van 15 augustus 2017 tussen appellant - COA - als eiser in conventie en verweerder in reconventie en geïntimeerde - [geïntimeerde] - als gedaagde in conventie en eiseres in reconventie.
1 Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/02/332984 / KG ZA 17-461)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis..
2 Het geding in hoger beroep
COA heeft bij voormeld exploot [geïntimeerde] opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 19 september 2017, teneinde op nader aan te voeren gronden te horen eis doen en concluderen zoals in het petitum van de appeldagvaarding is vermeld.
Op de rol van 7 november 2017 heeft de rolraadsheer vastgesteld dat het recht van COA om de memorie van grieven te nemen is vervallen, omdat die proceshandeling niet binnen de daarvoor gestelde termijn is verricht en daarvoor geen nader uitstel is verkregen. De rolraadsheer heeft van dat feit aan de wederpartij akte van niet-dienen verleend.
3 De beoordeling
COA heeft tegen het vonnis waarvan beroep geen grieven aangevoerd. Dit brengt mee dat COA niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep. COA zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep.
4 De uitspraak
Het hof:
verklaart COA niet-ontvankelijk in het hoger beroep;
veroordeelt COA in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] tot aan deze uitspraak begroot op € 313,- aan verschotten en op € 447,- aan salaris advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, O.G.H. Milar en P.P.M. Rousseau en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 21 november 2017.
griffier rolraadsheer