Civiel recht overig

Bancaire relatie. Geldleningen. Renteswaps. Bijzondere zorgplicht. Ontbreken van de wil. Dwaling. Verjaring…

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 5 december 2017

Zaakgegevens

Op 5 december 2017 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
5 december 2017
Datum publicatie
5 december 2017
Zaaknummer
200.186.956_01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. Ph.C.M van der Ven te ’s-Hertogenbosch, mr. M van der Beek te Halfweg (Noord-Holland)
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2017:5316
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bancaire relatie. Geldleningen. Renteswaps. Bijzondere zorgplicht. Ontbreken van de wil. Dwaling. Verjaring. Contractuele grondslag voor betaling van de negatieve waarde. Last, volmacht, order; Selbsteintritt. Schade.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2015

    ECLI:NL:RBZWB:2015:6876
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24 oktober 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:4619

    Overig

  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 5 december 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:GHSHE:2017:5316

  4. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 13 maart 2018

    ECLI:NL:GHSHE:2018:1088

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.186.956/01

arrest van 5 december 2017

in de zaak van

[bank] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

rechtsopvolgster van [bank voorheen] te [vestigingsplaats] ,

appellante in principaal appel,

geïntimeerde in incidenteel appel,

hierna aan te duiden als [appellante] ,

advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven te ’s-Hertogenbosch,

tegen:

[de vennootschap] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde in principaal appel,

appellante in incidenteel appel,

hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. M. van der Beek te Halfweg (Noord-Holland),

in vervolg op het door het hof in hoger beroep gewezen arrest van 24 oktober 2017, op het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant (locatie Breda) gewezen vonnis

van 14 oktober 2015.

5 Het arrest van 24 oktober 2017

Bij genoemd arrest heeft het hof de zaak naar de rol van 5 december 2017 verwezen voor akte aan de zijde van [geïntimeerde] tot het in 3.26 van dat arrest omschreven doel. Daarbij is bepaald dat [appellante] daarna de gelegenheid zal hebben voor het nemen van een antwoordakte. Iedere verdere beslissing is aangehouden.

6 Het verzoek

Bij fax van 27 november 2017 heeft [geïntimeerde] het hof verzocht de uitspraak van 24 oktober 2017 alsnog vatbaar te maken voor tussentijdse cassatie.

Bij fax van 29 november 2017 heeft [appellante] zich daartegen verzet.

7 De beoordeling van het verzoek

Het hof heeft zich beraden op het verzoek en acht het niet doelmatig thans cassatieberoep open te stellen tegen het tussen partijen gewezen arrest van 24 oktober 2017. Dit verzoek zal dan ook worden afgewezen.

In verband met het verzoek is de zaak op de rol van heden voor arrest gezet in plaats van voor het nemen van voormelde akte door [geïntimeerde] Gelet daarop zal het hof de zaak naar de rol van 19 december 2017 verwijzen voor het nemen van die akte door [geïntimeerde]

8 De beslissing

Het hof:

wijst het verzoek af;

verwijst de zaak naar de rol van 19 december 2017 voor akte aan de zijde van [geïntimeerde] tot het in het tussenarrest van 24 oktober 2017 onder 3.26 omschreven doel, ambtshalve peremptoir;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. P.M. Arnoldus-Smit, D.A.E.M. Hulskes en L.S. Frakes en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 5 december 2017.

griffier rolraadsheer