Civiel recht overig
Mishandeling door voormalige partner
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23 januari 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:216 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 23 januari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2018-216
Zaakgegevens
Op 23 januari 2018 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 23 januari 2018
- Datum publicatie
- 23 januari 2018
- Zaaknummer
- 200.198.332_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H Weinans te Roosendaal, mr. A.J.M.J Werners te Zeist
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2018:216
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mishandeling door voormalige partner
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 17 oktober 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:4515Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 23 januari 2018deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2018:216
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24 april 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:1753
Uitspraak
GERECHTSHOF ?s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.198.332/01
arrest van 23 januari 2018
in de zaak van
[appellante] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellante,
advocaat: mr. H. Weinans te Roosendaal,
tegen:
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. A.J.M.J. Werners te Zeist,
als vervolg op het tussenarrest van dit hof van 17 oktober 2017 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Bergen op Zoom, onder zaaknummer/rolnummer 3872016 CV EXPL 15-793 tussen partijen gewezen vonnis van 17 februari 2016.
6 Het verdere verloop van het geding
Bij tussenarrest van 17 oktober 2017 heeft het hof [geïntimeerde] in de gelegenheid gesteld bij akte het arrest van het hof in de strafzaak tegen hem over te leggen en daarbij uitsluitsel te geven over de uitkomst van het cassatieberoep. Het hof heeft de zaak hiertoe naar de rol verwezen. Op de vastgestelde roldatum heeft [geïntimeerde] geen akte genomen. Uit de roladministratie blijkt dat hij op die datum uitstel heeft gevraagd voor het nemen van de akte maar dat hem dit op grond van het procesreglement niet is verleend. [appellante] vervolgens evenmin een akte genomen. Het hof heeft daarop uitspraak bepaald op heden.
7 De verdere beoordeling
Het hof heeft in het tussenarrest van 17 oktober 2017 overwogen dat en waarom het voor de onderhavige procedure van belang is dat nadere informatie wordt ingebracht over het verdere verloop van de strafzaak (r.o. 4.5). Het gaat hierbij om het arrest van de meervoudige kamer van strafzaken van dit hof van 20 januari 2016 (parketnummer 20-002091-15) en het daartegen door [geïntimeerde] ingestelde cassatieberoep. [geïntimeerde] heeft dit arrest niet overgelegd en de gevraagde informatie niet verstrekt. [geïntimeerde] heeft evenmin toegelicht waarom hij dat niet doet.
Onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 22 Rv zal het hof [geïntimeerde] bevelen bij akte het arrest van het hof in de strafzaak tegen hem over te leggen en daarbij uitsluitsel te geven over de uitkomst van het cassatieberoep. [appellante] zal hierop bij antwoordakte kunnen reageren. Voor enig ander doel is deze aktewisseling niet bestemd.
Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.
8 De uitspraak
Het hof:
beveelt dat [geïntimeerde] bij akte het arrest in de strafzaak tegen hem overlegt en uitsluitsel geeft over de uitkomst van het cassatieberoep;
verwijst de zaak daartoe naar de rol van dinsdag 20 februari 2018 (akte aan de zijde van geïntimeerde, daarna antwoordakte appellante);
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, O.G.H. Milar en M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 januari 2018.
griffier rolraadsheer