Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 14 mei 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:1839 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 14 mei 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2019-1839
Zaakgegevens
Op 14 mei 2019 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 14 mei 2019
- Datum publicatie
- 14 mei 2019
- Zaaknummer
- 200.256.132/_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. L Opsteen te Uden, mr. L.M Dressel te Best
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2019:1839
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
--
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.256.132/01
arrest van 14 mei 2019
in de zaak van
[appellant] ,
handelend onder de naam [onderneming],
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. L. Opsteen te Uden,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. L.M. Dressel te Best,
als vervolg op de door het hof op 26 maart 2019 gegeven rolbeslissing in het hoger beroep van het onder zaaknummer 6450040 \ CV EXPL 17-9968 door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, tussen partijen gewezen vonnis van 13 december 2018.
1 Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de rolbeslissing van 26 maart 2019;
-
de akte van uitlating van appellant met producties;
-
de antwoordakte van geïntimeerde.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.
2 De verdere beoordeling
In genoemde rolbeslissing heeft de rolraadsheer geconstateerd dat het bestreden vonnis een tussenvonnis is en is appellant in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de ontvankelijkheid van het hoger beroep.
Bij zijn akte heeft appellant producties in het geding gebracht waaruit blijkt dat hij bij akte van 21 januari 2019, derhalve tijdig, de kantonrechter heeft verzocht om tussentijds hoger beroep open te stellen tegen het tussenvonnis van 13 december 2018 en dat de kantonrechter dit verzoek bij vonnis van 21 maart 2019 heeft ingewilligd. Dat betekent dat appellant ontvankelijk is in hoger beroep. De zaak zal worden verwezen naar de rol van 25 juni 2019 voor memorie van grieven.
3. De uitspraak
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 25 juni 2019 voor memorie van grieven.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 14 mei 2019.
griffier rolraadsheer