Civiel recht overig
Hennepknipperij aangetroffen in bouwkeet op standplaats woonwagen Bewindvoering.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19 februari 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:578 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 19 februari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2019-578
Zaakgegevens
Op 19 februari 2019 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 19 februari 2019
- Datum publicatie
- 19 februari 2019
- Zaaknummer
- 200.213.207_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.A Buntsma te Breda, mr. C.G Bunge te Eindhoven
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2019:578
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Hennepknipperij aangetroffen in bouwkeet op standplaats woonwagen
Bewindvoering.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 27 november 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:4888Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 19 februari 2019deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2019:578
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 28 mei 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:1997
Uitspraak
GERECHTSHOF ?s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.213.207/01
arrest van 19 februari 2019
in de zaak van
[de bewindvoerder 2] ,
in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellante in het principaal appel,
geïntimeerde in het incidenteel appel,
verder: de bewindvoerder,
advocaat: mr. M.A. Buntsma te Breda,
tegen:
Woonstichting ‘thuis,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde in het principaal appel,
appellante in het incidenteel appel,
verder: ‘Thuis,
advocaat: mr. C.G. Bunge te Eindhoven,
als vervolg op het tussenarrest van dit hof van 27 november 2018 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, Eindhoven, onder zaaknummer 5226523/rolnummer 16/8035 tussen partijen gewezen vonnis van 23 februari 2017.
5 Het verdere verloop van het geding
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenarrest van 27 november 2018;
- de akte van de bewindvoerder van 8 januari 2019 met een productie.
Partijen hebben arrest gevraagd.
6 De verdere beoordeling
In het principaal appel en in het incidenteel appel
Bij tussenarrest van 27 november 2018 heeft het hof [appellant] in de gelegenheid gesteld bij akte in te gaan op de kwestie van het bewind en de door ‘Thuis bij akte overgelegde producties (r.o. 3.6). Tevens kon [appellant] uitsluitsel geven over de vraag welke opstallen zich precies op 5 maart 2016 op de gehuurde standplaats bevonden (r.o. 3.7).
Uit de hierop gevolgde akte blijkt dat het bewind voortduurt, dat mevrouw [de bewindvoerder 2] ook thans nog zijn bewindvoerder is en dat zij als formele procespartij aangemerkt dient te worden. Hierbij aansluitend heeft het hof de aanduiding van de procespartij aangepast.
Met betrekking tot de kwestie van de opstallen biedt de akte geen uitsluitsel maar een bewijsaanbod. Daarmee is geen antwoord gegeven op de vraag die in het tussenarrest van 27 november 2018 is gesteld. Het hof zal de bewindvoerder in de gelegenheid stellen de vraag welke opstallen zich precies op 5 maart 2016 op de gehuurde standplaats bevonden alsnog bij akte te beantwoorden, waarna ‘Thuis desgewenst een antwoordakte kan nemen. Voor enig ander doel is deze aktewisseling niet bestemd.
Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.
7 De uitspraak
Het hof:
in het principaal appel en in het incidenteel appel
verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 19 maart 2019 voor akte aan de zijde van de bewindvoerder met het hiervoor onder 6.3 vermelde doel (waarna antwoordakte);
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, M.G.W.M. Stienissen en L.S. Frakes en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 19 februari 2019.
griffier rolraadsheer