Civiel recht overig
Hoger beroep ingesteld door belanghebbende van weigering verzoek om machtiging te verlenen aan de…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 14 mei 2020
ECLI:NL:GHSHE:2020:1571 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 14 mei 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2020-1571
Zaakgegevens
Op 14 mei 2020 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 14 mei 2020
- Datum publicatie
- 14 mei 2020
- Zaaknummer
- 200.264.609_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.M.P.A. Wolters
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2020:1571
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Hoger beroep ingesteld door belanghebbende van weigering verzoek om machtiging te verlenen aan de bewindvoerder om de legitieme niet in te roepen voor een onterfde meervoudig gehandicapte erfgenaam. Maatwerkoplossing.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 14 november 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:4208Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 6 februari 2020
ECLI:NL:GHSHE:2020:381Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 14 mei 2020deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2020:1571
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
Uitspraak : 14 mei 2020
Zaaknummer : 200.264.609/01
Zaaknummer eerste aanleg : 6894539 UD VERZ 18-705 (BM 18128)
in de zaak in hoger beroep van:
[appellante] , in haar hoedanigheid van zowel executeur als erfgenaam in de nalatenschap van de heer [de erflater] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellante,
hierna: [appellante] ,
advocaat: mr. H.M.P.A. Wolters,
Belanghebbende:
Stichting Beheer [stichting] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [de zoon] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna: stichting [stichting] of de bewindvoerder respectievelijk [de zoon] .
9 De tussenbeschikking van 6 februari 2020
Bij tussenbeschikking van 6 februari 2020 heeft het hof geconstateerd dat het plan van aanpak voldoet aan de eisen die het hof eraan gesteld heeft bij tussenbeschikking van 14 november 2019. Het hof heeft vervolgens [appellante] en stichting [stichting] de gelegenheid geboden om het plan van aanpak ten uitvoer te leggen. Het hof heeft voorts aangegeven voornemens te zijn om na de effectuering van de nieuw op te richten stichting de beschikking van de kantonrechter te vernietigen. In rechtsoverweging 7.3 van de tussenbeschikking van 6 februari 2020 heeft het hof in dat verband [appellante] in de gelegenheid gesteld een afschrift van de oprichtingsakte van de nieuw op te richten stichting, en een bewijs van storting aan deze stichting van het bedrag van € 75.000,- aan het hof te doen toekomen, uiterlijk 19 maart 2020.
10 De verdere procedure
Op 18 maart 2020 is door de griffie een afschrift ontvangen van de op 10 maart 2020 opgerichte stichting [de zoon] (productie 17). Het op het voorblad aangekondigde gewaarmerkt uittreksel van de kamer van koophandel was niet bijgevoegd.
Op 23 april 2020 is door de griffie een bewijs van overboeking ontvangen van mevrouw [appellante] van € 75.000,= aan de hiervoor genoemde stichting [de zoon] (productie 19) alsook een bevestigingsmail ter zake ontvangst van bedoeld bedrag op de rekening van de Stichting [de zoon] , zijnde [rekeningnummer] , als verstuurd door mevrouw [accountmanager] , accountmanager bij ABN AMRO alwaar de rekening van de laatstgenoemde stichting wordt aangehouden (productie 20).
11 De verder beoordeling
Met de oprichting van de Stichting [de zoon] en met overboeking van het bedrag van € 75.000,= aan die stichting is uitvoering gegeven aan het plan van aanpak zoals door het hof bedoeld.
Onder verwijzing naar rechtsoverweging 3.7.7. van de beschikking van 14 november 2019 is het hof van oordeel dat aldus een voor [de zoon] op maat gemaakte oplossing is bereikt. Aldus is het in de gegeven bijzondere omstandigheden van het geval thans niet (meer) in het belang van [de zoon] dat de bewindvoerder (Stichting [stichting] ) ten zijne behoeve de legitieme portie inroept dan wel aan die inroeping vasthoudt.
Het hof zal de beschikking waarvan beroep vernietigen en de Stichting [stichting] alsnog toestemming verlenen af te zien van inroeping van de legitieme als toekomend aan de belanghebbende [de zoon] , althans toestemming verlenen een eerder gedane opeising (zie rechtsoverweging 3.6. van de tussenbeschikking van 14 november 2019) in te trekken en daarmee ongedaan te maken.
Voor een beoordeling van proceskosten bestaat in het onderhavige geval gezien de aard van de zaak geen aanleiding.
12 De beslissing
Het hof:
vernietigt de beschikking waarvan beroep;
en opnieuw rechtdoende:
verleent de Stichting [stichting] toestemming om in de gegeven omstandigheden af te zien van inroeping van de aan [de zoon] toekomende legitieme portie, althans een eerder gedane opeising in te trekken en daarmee ongedaan te maken.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R.R.M. de Moor, A.P. Zweers-van Vollenhoven en M. Breur en is in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2020.