Civiel recht overig

Beslissing over de hoogte van een schadevergoeding. Ondertekening processtukken “i.o.” voldoet aan het…

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 26 april 2022

Zaakgegevens

Op 26 april 2022 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
26 april 2022
Datum publicatie
26 april 2022
Zaaknummer
200.288.104/01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. J.J.Th van Stiphout, mr. T Delmée
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2022:1359
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beslissing over de hoogte van een schadevergoeding. Ondertekening processtukken “i.o.” voldoet aan het voorschrift van 83 Rv.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.288.104

arrest van 26 april 2022

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

advocaat: mr. J.J.Th. van Stiphout,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. T. Delmée,

als vervolg op het door het hof gewezen arrest in incident van 5 oktober 2021 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, onder zaaknummer 8334874 \ CV EXPL 20-863 gewezen vonnis van 1 oktober 2020.

1 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding in hoger beroep van 24 december 2020;

  • de memorie van grieven van 6 juli 2021 met een incidentele vordering ex 843a Rv;

  • de memorie van antwoord in incident en tevens houdende memorie van antwoord in de hoofdzaak, van 3 augustus 2021, met twee producties;

  • het arrest in het incident van 5 oktober 2021.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest in de hoofdzaak bepaald.

2 De beoordeling

De achtergrond

2.1.

[appellant] heeft in 2019 met een voertuig schade toegebracht aan een pand dat eigendom is van [geïntimeerde] . [appellant] betwist niet dat hij aansprakelijk is voor de schade, maar hij voert verweer tegen de hoogte van de door [geïntimeerde] gevorderde schadevergoeding.

Samenvatting van de vordering en de beslissing in het incident

2.2.

In het incident vorderde [appellant] op grond van artikel 843a Rv dat het hof [geïntimeerde] (op straffe van een dwangsom) zou gebieden de door [geïntimeerde] betaalde facturen ter zake van het repareren van de schade aan de (glazen) pui over te leggen.

2.3.

Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] een factuur en een betalingsbewijs in het geding gebracht. Het hof heeft daarna in het arrest van 5 oktober 2021 de incidentele vordering van [appellant] bij gebrek aan belang afgewezen.

De beslissing in de hoofdzaak

2.4.

Het hof is van oordeel dat [appellant] de gelegenheid moet krijgen om te reageren op de twee producties. Nadat [appellant] die gelegenheid heeft gehad, zal het hof arrest wijzen.

3 De uitspraak

Het hof:

verwijst de zaak naar de roldatum 24 mei 2022 voor akte uitlating producties aan de zijde van [appellant] (geen antwoordakte),

houdt verder iedere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.J.H.G. Bronzwaer, O.G.H. Milar en D.E. Valle Robles-Roomer en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 26 april 2022.

griffier rolraadsheer