Civiel recht overig
Afwijzing vordering ex artikel 225 Rv.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 31 mei 2022
ECLI:NL:GHSHE:2022:1693 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 31 mei 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2022-1693
Zaakgegevens
Op 31 mei 2022 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 31 mei 2022
- Datum publicatie
- 31 mei 2022
- Zaaknummer
- 200.279.177_0
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. V.H.A Griffioen te Sittard, mr. J.J.M Goumans te Maastricht
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2022:1693
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing vordering ex artikel 225 Rv.
Procesgang
Rechtbank Limburg · 31 oktober 2018
ECLI:NL:RBLIM:2018:10372Uitspraak · 2019
ECLI:NL:RBLIM:2019:6723Rechtbank Limburg · 18 maart 2020
ECLI:NL:RBLIM:2020:2270Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 april 2022
ECLI:NL:GHSHE:2022:1175Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 31 mei 2022deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2022:1693
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 11 april 2023
ECLI:NL:GHSHE:2023:1137
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.279.177/01
arrest in incident van 31 mei 2022
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
verder: [appellant] ,
advocaat: mr. V.H.A. Griffioen te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
verder: [geïntimeerde] ,
advocaat: mr. J.J.M. Goumans te Maastricht,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 12 april 2022 in het hoger beroep van de door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, onder zaaknummer C/03/246869 / HA ZA 18-113 tussen partijen gewezen vonnissen van 31 oktober 2018, 17 juli 2019 en 18 maart 2020.
8 Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het tussenarrest van 12 april 2022;
-
de akte aanzegging schorsing ex artikel 225 Rv van mr. Goumans;
-
de antwoordakte van mr. Griffioen.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest in incident bepaald.
9 De verdere beoordeling
In het incident
Bij genoemde akte aanzegging schorsing heeft mr. Goumans verzocht om schorsing van de procedure omdat op 20 maart 2022 [geïntimeerde] plotseling is overleden zodat ingevolge artikel 225 Rv het geding wordt geschorst.
[appellant] voert gemotiveerd verweer tegen het schorsingsverzoek.
Bij de beoordeling stelt het hof het volgende voorop. Na het overlijden van een partij kan de procedure op grond van het bepaalde in artikel 225 Rv worden geschorst. Bevoegd tot schorsing is uitsluitend (de opvolger van) de partij aan wier zijde de schorsingsoorzaak zich voordoet. Dit betekent dat voor een geldige schorsing in geval van overlijden van een procespartij vereist is dat de aanzegging tot schorsing de personalia vermeldt van de belanghebbenden die tot schorsing overgaan (in dit geval de erfgenamen van [geïntimeerde] ), de schorsingsgrond, het rechtsfeit dat hen tot belanghebbenden maakt (erfgenaamschap) en de aanzegging dat men schorst. Het hof constateert dat deze gegevens niet in de akte van mr. Goumans zijn opgenomen. Dat betekent dat de schorsing niet geldig is gedaan en dat het geding niet is geschorst wegens het overlijden van [geïntimeerde] .
De vordering zal worden afgewezen. De beslissing over de proceskosten zal worden aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.
In de hoofdzaak
De zaak wordt naar de rol verwezen voor akte uitlaten wijze van bewijslevering door [geïntimeerde] zoals vermeld in het tussenarrest van 12 april 2022. Voor het geval [geïntimeerde] getuigen wil laten horen, dienen tevens het aantal getuigen en de verhinderdata van de getuigen en de partijen zelf te worden opgegeven in de periode van 4 tot 12 weken na de datum van dit arrest. In geval een getuigenverhoor zal worden gelast verwijst het hof naar het dictum van het tussenarrest van 12 april 2022.
10 De uitspraak
Het hof:
in het incident:
wijst de vordering af;
houdt de beslissing over de proceskosten aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rol van 14 juni 2022 voor akte uitlaten wijze van bewijslevering door [geïntimeerde] zoals hiervoor vermeld in r.o. 9.5;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. E.H. Schulten, P.W.A. van Geloven en J.M.H. Schoenmakers en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 31 mei 2022.
griffier rolraadsheer