Civiel recht overig
Burenrecht: bomen op de erfgrens.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17 januari 2023
ECLI:NL:GHSHE:2023:87 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 17 januari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2023-87
Zaakgegevens
Op 17 januari 2023 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 17 januari 2023
- Datum publicatie
- 17 januari 2023
- Zaaknummer
- 200.299.379_01 H
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.Ph.E.M Cratsborn, mr. N.P.H Vissers, mr. M.E.J Duijsens
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2023:87
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Burenrecht: bomen op de erfgrens.
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.299.379/01
arrest van 17 januari 2023 strekkende tot VERBETERING in de zin van artikel 31 Rechtsvordering (Rv) van het arrest, gewezen op 13 december 2022
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [woonplaats],
appellant, hierna: [appellant],
advocaat: mr. R.Ph.E.M. Cratsborn,
tegen:
1 [geïntimeerde 1],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde, hierna [geïntimeerde 1],
advocaat: mr. N.P.H. Vissers,
en
2 [geïntimeerde 2],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde, hierna: [geïntimeerde 2],
advocaat: mr. M.E.J. Duijsens,
op het bij dagvaarding van 7 april 2021 ingestelde hoger beroep van het eindvonnis van de rechtbank (het hof leest verbeterd) Oost-Brabant (zittingsplaats Eindhoven) met zaaknummer: 7503095 CV EXPL 19-909.
1 Inleiding
Het hof heeft kennis genomen van een verzoek (bij e-mailbericht van 15 december 2022 11:32 uur) van mr. Lutgens namens [geïntimeerde 2] en een gelijkluidend verzoek (bij e-mailbericht van 22 december 2022 10.30 uur) van mr. Vissers namens [geïntimeerde 1] om een kennelijke (schrijf)fout in het arrest van 13 december 2022 te verbeteren.
In zijn brief van 4 januari 2023 heeft mr. R.Ph.E.M. Cratsborn zich namens [appellant] appellant gerefereerd aan het oordeel van het hof.
2 Artikel 31
Het hof is van oordeel dat sprake is van een kennelijke fout in het arrest van 13 december 2022 omdat daarin (in 3.10) terecht is overwogen dat [appellant] zal worden veroordeeld in de proceskosten, te weten het griffierecht (€ 338,--) en salaris (€ 1.114,--), maar dat in de beslissing tot veroordeling van [appellant] in de kosten van het hoger beroep (in 4.2) het bedrag van het griffierecht niet is opgenomen. Omdat het gaat om een kennelijke fout die zich leent voor eenvoudig herstel zal het verzoek tot verbetering worden toegewezen.
Het arrest van 13 december 2022 zal dan ook op de hierna volgende wijze worden verbeterd.
3 De beslissing
Het hof:
bepaalt dat 4.2 van het arrest van 13 december 2022 moet worden verbeterd in:
‘veroordeelt [appellant] in de kosten in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde 1] bepaald op € 338,-- aan griffierecht en op € 1.114,-- aan salaris overeenkomstig het liquidatietarief en aan de zijde van [geïntimeerde 2] bepaald op € 338,-- aan griffierecht en op
€ 1.114,-- aan salaris overeenkomstig het liquidatietarief’,
bepaalt dat deze verbetering onder vermelding van de datum van 17 januari 2023 wordt vermeld op de minuut van het arrest van 13 december 2022 en handhaaft dit arrest voor het overige.
Dit arrest is gewezen door mrs. O.G.H. Milar, C.J.H.G. Bronzwaer en P.M.A. de Groot-van Dijken en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 17 januari 2023.
griffier rolraadsheer