Civiel recht overig

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Civiel recht overig

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16 juli 2024

Zaakgegevens

Op 16 juli 2024 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
16 juli 2024
Datum publicatie
16 juli 2024
Zaaknummer
200.339.269_01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. I.A.C. Cools te Tilburg
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2024:2281
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.339.269/01

arrest van 16 juli 2024

in de zaak van

[appellant] ,

verblijvende en gedetineerd [plaatsnaam] ,

appellant,

hierna aan te duiden als [appellant] ,

advocaat: mr. I.A.C. Cools te Tilburg,

tegen

Custodian Vesteda Fund I B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als Vesteda,

verstek verleend,

op het bij exploot van dagvaarding van 5 januari 2024 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 5 oktober 2023, door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, gewezen tussen [appellant] als gedaagde en Vesteda als eiseres.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 9512774 \ CV EXPL 21-6565)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

[appellant] heeft bij voormeld exploot Vesteda opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 26 maart 2024, waarbij in een nog in te dienen memorie van grieven nadere gronden zullen worden aangevoerd ter onderbouwing van de eis en conclusie zoals in de appeldagvaarding vermeld. Vesteda is niet verschenen en tegen haar is op de rol van 26 maart 2024 verstek verleend.

2.2.

Aan [appellant] is een termijn van zes weken verleend voor het nemen van de memorie van grieven op de rol van 7 mei 2024. Vervolgens is aan [appellant] een ambtshalve uitstel van vier weken verleend op de rol van 4 juni 2024, ambtshalve peremptoir.

2.3.

Op de rol van 4 juni 2024 heeft de rolraadsheer vastgesteld dat het recht van [appellant] om de memorie van grieven te nemen is vervallen, omdat die proceshandeling niet binnen de daarvoor gestelde termijn(en) is verricht en daarvoor geen nader uitstel is verkregen. De rolraadsheer heeft van dat feit aan de wederpartij ambtshalve akte van niet-dienen verleend.

2.4.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

3 De beoordeling

[appellant] heeft tegen het vonnis waarvan beroep geen grieven aangevoerd. Dit brengt mee dat [appellant] niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.

4 De uitspraak

Het hof:

verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 16 juli 2024.

griffier rolraadsheer