Civiel recht overig

verwijzing naar ander hof ex artikel 62b Wet RO.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24 december 2024

Zaakgegevens

Op 24 december 2024 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24 december 2024
Datum publicatie
24 december 2024
Zaaknummer
200.338.054_01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. Q.J. van Riet te [plaats], mr. E.M. Soerjatin te Amsterdam
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2024:4157
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

verwijzing naar ander hof ex artikel 62b Wet RO.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.338.054/01

arrest van 24 december 2024

in de zaak van

1 [appellant sub 1],
[woonplaats],

2. [appellante sub 2],
gevestigd te [plaats],

3. [appellante sub 3],
gevestigd te [plaats],

appellanten,

advocaat: mr. Q.J. van Riet te [plaats],

tegen

[geïntimeerde],

gevestigd te [plaats],

geïntimeerde,

advocaat: mr. E.M. Soerjatin te Amsterdam,

op het bij exploot van dagvaarding van 22 november 2023 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 23 augustus 2023, door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, gewezen tussen [appellanten] als eisers en [geïntimeerde] als gedaagde.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/380009 / HA ZA 22-136)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding in hoger beroep;

  • de memorie van grieven met producties;

  • de memorie van antwoord met producties.

Vervolgens heeft het hof een datum voor een mondelinge behandeling bepaald. Voordat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, is de zaak naar de rol verwezen voor uitspraak van dit verwijzingsarrest.

3 De beoordeling

3.1.

Het hof heeft geconstateerd dat de advocaat van geïntimeerde sinds 4 maart 2024 raadsheer-plaatsvervanger is in dit hof. In het register nevenfuncties is vermeld dat zij in deze functie niet wordt ingezet.

3.2.

Op grond van artikel 62b Wet op de rechterlijke organisatie (hierna: Wet RO) kan het hof een zaak ter verdere behandeling verwijzen naar een ander gerechtshof, indien naar zijn oordeel door betrokkenheid van het gerechtshof behandeling van die zaak door een andere gerechtshof gewenst is. Deze verwijzingsbevoegdheid strekt ertoe te waarborgen dat de behandeling van een zaak plaatsvindt door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht, zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM.

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat ‘betrokkenheid van het gerechtshof’ niet beperkt moet worden uitgelegd. Voorbeelden uit de wetsgeschiedenis waarin sprake is van betrokkenheid als bedoeld in artikel 62b Wet RO en waarin verwijzing naar een ander gerecht kan zijn aangewezen, zijn zaken waarbij een medewerker van het gerecht of het gerecht zelf partij of betrokkene is, of als bij het gerecht een privékwestie aanhangig is van een advocaat die daar regelmatig pleit. Waar het om gaat is dat in dergelijke gevallen sprake is van objectief te rechtvaardigen twijfel aan de onpartijdigheid van het gerecht.

3.3.

Naar het oordeel van het hof is in deze zaak sprake van betrokkenheid van het hof zoals bedoeld in artikel 62b Wet Ro. Een raadsheer-plaatsvervanger in dit hof is immers als advocaat van geïntimeerde bij de zaak betrokken.

Hieraan doet niet af dat in het register nevenfuncties is vermeld dat zij in deze functie niet wordt ingezet. Feit blijft immers dat zij per 4 maart 2024 is benoemd als raadsheer-plaatsvervanger in dit hof, als zodanig is beëdigd in het bijzijn van raadsheren in het hof en als raadsheer-plaatsvervanger met collega’s in het hof zal gaan samenwerken.

Bovendien geldt dat in aanbeveling 17 van de Leidraad Onpartijdigheid en Nevenfuncties staat dat het ongewenst is dat een rechter-plaatsvervanger optreedt als adviseur in zaken die dienen, dan wel waarvan een reële mogelijkheid bestaat dat die zullen dienen, bij het gerecht waarbij hij is aangesteld. Een interne richtlijn van het hof schrijft ten slotte voor dat raadsheren-plaatsvervanger in hun hoedanigheid van advocaat, zich dienen te onthouden van het procederen bij dit hof.

3.4.

Dit alles maakt dat het hof de zaak wegens betrokkenheid van het hof op de voet van artikel 62b Wet RO zal verwijzen naar het gerechtshof Den Haag.

4 De uitspraak

Het hof:

verwijst de zaak ter behandeling naar het gerechtshof Den Haag in de stand waarin de zaak zich bevindt.

Dit arrest is gewezen door mrs. P.P.M. Rousseau, N.W.M. van den Heuvel en E.H. Pijnacker Hordijk en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 24 december 2024.

griffier rolraadsheer