Civiel recht overig
Appellant heeft geen memorie van grieven genomen. Niet-ontvankelijk.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 29 april 2025
ECLI:NL:GHSHE:2025:1224 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 29 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2025-1224
Zaakgegevens
Op 29 april 2025 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 29 april 2025
- Datum publicatie
- 29 april 2025
- Zaaknummer
- 200.346.122_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. V.H.A Griffioen te Sittard, mr. C.A.M.H Vink te ‘s-Hertogenbosch
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2025:1224
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Appellant heeft geen memorie van grieven genomen. Niet-ontvankelijk.
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.346.122/01
arrest van 29 april 2025
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. V.H.A. Griffioen te Sittard, gemeente Sittard-Geleen (onttrokken),
tegen
[XX] Beheer B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. C.A.M.H. Vink te ‘s-Hertogenbosch,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 12 november 2024 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, onder zaaknummer 10795924 \ CV EXPL 23-5634 gewezen vonnis van 14 augustus 2024.
5 Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenarrest van 12 november 2024 waarbij het hof op 20 december 2024 een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft gelast. Deze mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, maar partijen hebben geen minnelijke regeling bereikt. De raadsheer-commissaris heeft de zaak naar de rol van 4 februari 2025 verwezen voor memorie van grieven aan de zijde van appellant.
Op die rol is de memorie van grieven niet genomen en heeft de advocaat van appellant zich onttrokken.
De zaak is vervolgens op de voet van artikel 6.2 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken gerechtshoven (LPR) is verwezen naar de rol van 18 februari 2025 voor het stellen van een nieuwe procesvertegenwoordiger en het nemen van de memorie van grieven, ambtshalve peremptoir.
Op die rol heeft zich voor appellant geen nieuwe advocaat gesteld. Ingevolge artikel 6.4 van het LPR is daarmee het recht van appellant om van grieven te dienen vervallen.
Geïntimeerde heeft vervolgens op de rol van 4 maart 2025 het hof verzocht arrest te wijzen.
6 De beoordeling
Appellant heeft tegen het vonnis waarvan beroep geen grieven aangevoerd. Dit brengt mee dat hij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.
Appellant zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep.
7 De uitspraak
Het hof:
verklaart appellant niet-ontvankelijk in het hoger beroep;
veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van geïntimeerde tot aan deze uitspraak begroot op € 2.175,- aan griffierecht en op € 1.214,- aan salaris advocaat (1 punt liquidatietarief II).
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 29 april 2025.
griffier rolraadsheer