Civiel recht overig

Anticipatie. Advocaat appellante niet verschenen. Ontslag van instantie op grond van artikel 217 lid 2…

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30 september 2025

Zaakgegevens

Op 30 september 2025 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
30 september 2025
Datum publicatie
30 september 2025
Zaaknummer
200.355.642_01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. L.A. van Driel te Maastricht
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2025:2690
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Anticipatie. Advocaat appellante niet verschenen. Ontslag van instantie op grond van artikel 217 lid 2, tweede zin Rv.

Procesgang

  1. Rechtbank Limburg · 8 november 2023

    ECLI:NL:RBLIM:2023:6644
  2. Rechtbank Limburg · 26 februari 2025

    ECLI:NL:RBLIM:2025:2141
  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 30 september 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:GHSHE:2025:2690

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.355.642/01

arrest van 30 september 2025

in de zaak van

Pace B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

niet verschenen,

tegen

Sabic Petrochemicals B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. L.A. van Driel te Maastricht,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 5 augustus 2025 in het hoger beroep van het door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, onder zaaknummer C/03/321553 / HA ZA 23-380 gewezen vonnis van 26 februari 2025.

5 Het verloop van de procedure

5.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenarrest van 5 augustus 2025. Hierin is de griffier opgedragen om appellante te informeren over het herstel van het verzuim ex artikel 127 lid 2, tweede zin Rv.

5.2.

Bij Zivverbericht van 19 augustus 2025 heeft de griffier aan de in de appeldagvaarding genoemde advocaat van appellante meegedeeld dat hij zich op de rol van 2 september 2025 alsnog advocaat kan stellen. Dit heeft hij niet gedaan.

5.3.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

6 De verdere beoordeling

6.1.

Aan appellante is op geldige wijze een vroegere roldatum aangezegd en de geïntimeerde heeft de zaak, onder overlegging van het exploot van dagvaarding en het exploot van anticipatie, op de vervroegde roldatum laten inschrijven. In het exploot van anticipatie heeft geïntimeerde aangezegd dat, indien appellante niet op de vervroegde zitting bij advocaat zal verschijnen, gevorderd zal worden dat geïntimeerde van de instantie zal worden ontslagen, met veroordeling van appellante in de kosten van het geding.

6.2.

Appellante is op de aangezegde rechtsdag niet bij advocaat verschenen. Haar is vervolgens ex artikel 127 lid 2, tweede zin, Rv, de gelegenheid geboden om dit verzuim te herstellen.

Echter, de griffier had de advocaat van appellante niet schriftelijk op de hoogte gesteld van dit verzuim en van het herstel hiervan, terwijl dit naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 7 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1387 wel diende te geschieden. De griffier heeft dit alsnog gedaan na het tussenarrest van het hof.

6.3.

Appellante heeft het verzuim niet hersteld en er heeft zich dus geen advocaat gesteld. Dat heeft tot gevolg dat de vordering van geïntimeerde, zoals aangezegd in het exploot van anticipatie, zal worden toegewezen.

7 De uitspraak

Het hof:

ontslaat geïntimeerde van deze instantie;

veroordeelt appellante in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van geïntimeerde tot aan deze uitspraak begroot op € 122,25 aan kosten anticipatie-exploot, op € 13.608,-- aan griffierecht en op € 607,-- aan salaris advocaat (1/2 punt liquidatietarief II).

Dit arrest is gewezen door mrs. P.P.M. Rousseau, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 30 september 2025.

griffier rolraadsheer