Personen- en familierecht
Het wrakingsverzoek is niet ondertekend door een advocaat en wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15 augustus 2013
ECLI:NL:GHSHE:2013:3792 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 15 augustus 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/personen-en-familierecht/wraking/ecli-nl-ghshe-2013-3792
Zaakgegevens
Op 15 augustus 2013 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 15 augustus 2013
- Datum publicatie
- 20 augustus 2013
- Zaaknummer
- Wr 190-12-2013
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A. Elias
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2013:3792
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het wrakingsverzoek is niet ondertekend door een advocaat en wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Wrakingskamer
registratienummer wraking Wr 190-12-2012
HV200.126.759/01
datum beslissing 15 augustus 2013
beslissing op het verzoek als bedoeld in artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
in de zaak met zaaknummer HV200.126.759/01 van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
en [verzoekster],
wonende te [woonplaats],
appellanten,
advocaat: mr. A. Elias
hierna te noemen: verzoekers,
tegen:
Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant,
gevestigd te Eindhoven en mede kantoorhoudende te Tilburg,
geïntimeerde,
hierna te noemen: de stichting,
en de volgende door het hof als zodanig aangemerkte belanghebbende:
Raad voor de kinderbescherming Tilburg,
hierna te noemen: de raad,
strekkende tot wraking van mr. J.H.J.M. Mertens, mr. C.D.M. Lamers en mr. C.E.M. Renckens.
1 Het procesverloop
Op 17 juli 2013 hebben verzoekers zich door middel van een brief in persoon tot het gerechtshof gewend met het verzoek tot wraking van mr. J.H.J.M. Mertens, mr. C.D.M. Lamers en - naar het hof begrijpt - mr. C.E.M. Renckens, behandelend raadsheren van de hierboven gemelde lopende (verzoekschrift)procedure. De behandeling van die zaak is vervolgens geschorst en de uitspraak in die zaak is aangehouden.
Bij brief van het hof van 18 juli 2013 is geconstateerd dat het verzoekschrift niet is ondertekend door een advocaat en zijn verzoekers in de gelegenheid gesteld dat verzuim te herstellen. Op 20 juli 2013 hebben verzoekers hierop per e-mail gereageerd met het verzoek om een toelichting. Op 23 juli 2013 heeft de griffier zowel per e-mail als per brief de gevraagde toelichting gegeven. Op 14 augustus 2013 hebben verzoekers per e-mail laten weten dat het niet is gelukt om het wrakingsverzoek door een advocaat te laten tekenen.
2 De ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek
In zaken waarin verplichte procesvertegenwoordiging geldt, dient een schriftelijk ingediend verzoek om wraking te worden ondertekend door een advocaat (HR 18 december 1998, NJ 1999/271). Nu de wraking een verzoekschriftprocedure is in de zin van artikel 261 Rv geldt verplichte procesvertegenwoordiging. Derhalve dient het wrakingsverzoek op grond van artikel 278 lid 3 Rv te worden ondertekend door een advocaat. De wet maakt met betrekking tot het doen van een verzoek om wraking geen uitzondering op de verplichte procesvertegenwoordiging.
Verzoekers hebben geen gebruik gemaakt van de hun geboden gelegenheid dit verzuim te herstellen. Nu het wrakingsverzoek niet door een advocaat is ondertekend, kunnen verzoekers niet worden ontvangen in hun wrakingsverzoek.
De slotsom is dat het verzoek tot wraking reeds om die reden niet ontvankelijk wordt verklaard.
3 De beslissing
Het hof:
verklaart verzoekers in hun verzoek niet ontvankelijk;
bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond
ten tijde van de indiening van het wrakingsverzoek;
beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan:
-
verzoekers;
-
de stichting;
-
de raad;
-
de raadsheren mr. J.H.J.M. Mertens, mr. C.D.M. Lamers en mr. C.E.M. Renckens.
Deze beslissing is gegeven door mrs. N.J.M. van Etten, J.W.J. Huige en A.J.M. van Gink en in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2013.