Strafrecht overig
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging. Wet BPM 1992 – feitelijke woonplaats. Aangezien…
ECLI:NL:GHSHE:2007:BB9502 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 13 november 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2007-bb9502
Zaakgegevens
Op 13 november 2007 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 november 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 20-003706-06
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2007:BB9502
Samenvatting
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging.
Wet BPM 1992 – feitelijke woonplaats.
Aangezien voor de Nederlandse fiscale regelgeving geldt dat de woonplaats van iemand is de plaats waar hij feitelijk zijn sociale en economische binding heeft en verdachte op de controledata in Duitsland woonde en werkte, is de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (Wet BPM 1992) niet op hem van toepassing.
Uitspraak
Parketnummer : 20-003706-06
Uitspraak : 13 november 2007
TEGENSPRAAK
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Roermond van 14 april 2006 in de strafzaak met parketnummer 04-871001-05 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1972],
wonende te [woonplaats] (Duitsland), [adres],
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
Hoger beroep
De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn vervolging.
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is het hof gebleken dat verdachte op 17 februari 2005 en 6 april 2005, zijnde de controledata inzake de naleving van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (Wet BPM 1992), volgens het overzicht van de Gemeentelijke Basisadministratie weliswaar nog stond ingeschreven in Nederland, doch dat hij sinds 1 februari 2005 tevens was ingeschreven en feitelijk woonplaats had in [woonplaats], (Duitsland), [adres]. Aangezien voor de Nederlandse fiscale regelgeving geldt dat de woonplaats van iemand is de plaats waar hij feitelijk zijn sociale en economische binding heeft en verdachte op evengenoemde data in Duitsland woonde en werkte, is de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (Wet BPM 1992) niet op hem van toepassing. Hieruit volgt dat het openbaar ministerie ten onrechte een vervolging tegen verdachte heeft ingesteld.
Het hof is van oordeel dat het vorenstaande leidt tot de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in zijn strafvervolging.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.
Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging.
Aldus gewezen door
mr. J.J. van der Kaaden, voorzitter,
mr. J.W.J. Huige en mr. A. de Lange,
in tegenwoordigheid van mr. N. van der Velden, griffier,
en op 13 november 2007 ter openbare terechtzitting uitgesproken.