Strafrecht overig
Intrekking hoger beroep na aanvang terechtzitting. Verdachte niet-ontvankelijk. Belang van de benadeelde partij.
ECLI:NL:GHSHE:2012:BY7394 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 27 december 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2012-by7394
Zaakgegevens
Op 27 december 2012 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 27 december 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 20-004132-11
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2012:BY7394
Samenvatting
Intrekking hoger beroep na aanvang terechtzitting. Verdachte niet-ontvankelijk. Belang van de benadeelde partij.
Uitspraak
Sector strafrecht
Parketnummer : 20-004132-11
Uitspraak : 27 december 2012
VERSTEK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 19 oktober 2011 in de strafzaak met parketnummer 01-845070-11 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1985],
wonende te [woonadres].
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is verdachte ter zake van - kort gezegd - openlijke geweldpleging veroordeeld tot een werkstraf van honderdvijftig uur, subsidiair vijfenzeventig dagen hechtenis met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. De rechtbank heeft de vordering van benadeelde partij [benadeelde] gedeeltelijk toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. Ten slotte heeft de rechtbank de teruggave gelast van een inbeslaggenomen goed.
De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
De zaak tegen verdachte is uitgeroepen ter terechtzitting van 30 oktober 2012, waarna het onderzoek direct voor bepaalde tijd is geschorst.
Bij akte intrekking beroep van 11 december 2012 heeft verdachte zijn hoger beroep ingetrokken.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, zoals hierna te vermelden.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Verdachte heeft zijn hoger beroep ingetrokken nadat de zaak is uitgeroepen en de terechtzitting is aangevangen, maar voordat het hof aan een onderzoek naar de feiten is toegekomen.
Verdachte heeft door het intrekken van het hoger beroep te kennen gegeven dat zijn bezwaren tegen het vonnis in eerste aanleg niet worden gehandhaafd. Het belang van verdachte is dus niet langer gediend bij een behandeling van de zaak in hoger beroep. De niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn hoger beroep ligt daarom in de rede.
Het hof heeft echter geconstateerd dat benadeelde partij [benadeelde], wiens vordering in eerste aanleg slechts gedeeltelijk is toegewezen en die voor het overige niet-ontvankelijk is verklaard in zijn vordering, schriftelijk te kennen heeft gegeven dat hij zijn eerder ingediende verzoek tot schadevergoeding wenst te handhaven in hoger beroep. Om die reden heeft het hof de advocaat-generaal verzocht zich te verstaan met de benadeelde partij, alvorens een standpunt in te nemen over de wenselijkheid van een behandeling van de zaak in hoger beroep en de ontvankelijkheid van verdachte.
De advocaat-generaal heeft contact opgenomen met de benadeelde partij en de situatie uitgelegd. Daarop heeft de benadeelde partij de advocaat-generaal medegedeeld, dat hij geen bezwaar heeft indien wordt afgezien van een behandeling van de zaak in hoger beroep.
De advocaat-generaal heeft vervolgens gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep.
Nu het belang van de verdachte noch enig ander rechtens te beschermen belang gediend is met een behandeling van het hoger beroep, zal het hof toepassing geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en verdachte niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Aldus gewezen door
mr. W.E.C.A. Valkenburg, voorzitter,
mr. V.M. van Daalen-Mannaerts en mr. E.A.A.M. Pfeil, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. R. van den Munckhof, griffier,
en op 27 december 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.