Strafrecht overig

Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep

Zaakgegevens

Op 9 oktober 2015 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
9 oktober 2015
Datum publicatie
15 oktober 2015
Zaaknummer
20-001144-14
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2015:4157
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep

Uitspraak

Inhoudsopgave

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-001144-14

Uitspraak : 9 oktober 2015

VERSTEK

DNIP

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 10 april 2014 in de strafzaak met parketnummer 02-227356-13 tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1973,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hof is van oordeel dat het door verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven en het hof niet van oordeel is dat de strafzaak desalniettemin onderzocht dient te worden.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door

mr. O.M.J.J. van de Loo, voorzitter,

mr. J. Platschorre en mr. M. Rutgers, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R.J. Gras, griffier,

en op 9 oktober 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.