Strafrecht overig
De verdachte wordt wegens winkeldiefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 dagen. De…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12 februari 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:569 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 februari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2018-569
Zaakgegevens
Op 12 februari 2018 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 12 februari 2018
- Datum publicatie
- 12 februari 2018
- Zaaknummer
- 20-000396-17
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2018:569
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De verdachte wordt wegens winkeldiefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 dagen. De omstandigheid dat de verdachte in een andere strafzaak, dienende bij de rechtbank te Den Haag, mogelijk zal worden veroordeeld tot de maatregel van ISD is voor het hof geen aanleiding het onderzoek in de onderhavige zaak te heropenen, nu de combinatie van de oplegging van een (on)voorwaardelijke vrijheidsstraf in de onderhavige strafzaak en de eventuele tenuitvoerlegging van een ISD-maatregel in een andere strafzaak in de executiefase aan de orde zal komen. Het vorenstaande blijkt uit de Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers (2013R017).
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer : 20-000396-17
Uitspraak : 12 februari 2018
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, van 23 januari 2017 in de strafzaak met parketnummer 01-189350-16 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
thans uit anderen hoofde verblijvende in Vught PPC te Vught.
Hoger beroep
De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en verdachte zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 16 dagen met een proeftijd van 2 jaren.
Nadat de verdachte ter terechtzitting van 22 november 2017 heeft verklaard een bewijsstuk te hebben waaruit blijkt dat hij de hem ten laste gelegde diefstal niet heeft gepleegd, heeft hij zich ter terechtzitting van 29 januari 2018 – naar het hof begrijpt – achter het standpunt van de advocaat-generaal geschaard.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering. Bovendien is in hoger beroep de tenlastelegging – en aldus de grondslag van het onderzoek – gewijzigd.
Tenlastelegging
Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep – ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 14 september 2016 te Eindhoven met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee sixpacks bier, althans een sixpack bier, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Albert Heijn, in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 14 september 2016 te Eindhoven met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee sixpacks bier, toebehorende aan winkelbedrijf Albert Heijn.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Door het hof gebruikte bewijsmiddelen
Nu verdachte het bewezen verklaarde feit heeft bekend en er ter zake geen vrijspraak is bepleit, zal het hof overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
1. De bekennende verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep op 29 januari 2018.
2. Een proces-verbaal van aangifte met bijlagen d.d. 14 september 2016 (dossierpagina’s 4-9), inhoudende de verklaring van [aangever] namens Albert Heijn.
3. Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 15 september 2016 (dossierpagina’s 11 en 12), inhoudende de verklaring van [getuige].
4. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 september 2016 (dossierpagina’s 13 en 14), inhoudende het relaas van [verbalisant].
Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven weergegeven bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.
Verzoek tot heropening van het onderzoek
Voorafgaand aan de terechtzitting van 29 januari 2018 heeft het hof middels de advocaat-generaal een e-mailbericht bereikt van mr. Wester, advocaat te Amsterdam, met de mededeling dat enkel zijn cliënt ter terechtzitting zal verschijnen en zijn eigen verdediging zal voeren met als conclusie dat hij moet worden vrijgesproken.
Voor het geval het hof tot een bewezenverklaring zou komen, verzoekt mr. Wester om het onderzoek te heropenen opdat na 5 februari 2018 de standpunten ingenomen kunnen worden met inachtneming van de beslissing van de rechtbank te Den Haag.
Het hof heeft begrepen dat ten aanzien van verdachte in een andere strafzaak, die diende bij de rechtbank Den Haag, de maatregel van ISD is gevorderd. Het hof ziet geen aanleiding om het onderzoek in onderhavige zaak te heropenen, te meer daar de eventuele oplegging van een ISD-maatregel in die zaak niet tot een ander oordeel in onderhavige zaak zal leiden. De combinatie van de oplegging van een (on)voorwaardelijke vrijheidsstraf in onderhavige strafzaak en de eventuele tenuitvoerlegging van een ISD-maatregel in een andere strafzaak zal in de executiefase, mede gezien de richtlijn van het openbaar ministerie, aan de orde komen.
Het hof ziet derhalve niet de noodzaak tot het heropenen van het onderzoek ter terechtzitting en wijst het verzoek af.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
diefstal.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
Op te leggen straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
Meer in het bijzonder overweegt het hof het volgende.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van twee sixpacks bier uit een vestiging van Albert Heijn. Door aldus te handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van Albert Heijn. Voorts veroorzaken winkeldiefstallen als de onderhavige in het algemeen schade aan de gedupeerden dan wel aan diens verzekeraars en zijn dergelijke diefstallen hinderlijk en overlast gevend.
Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof acht geslagen op de inhoud van het hem betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 25 januari 2018, waaruit blijkt dat hij reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van vermogensdelicten en dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Naar het oordeel van het hof kan – gelet op de vorenomschreven ernst van het feit en de omvang van het strafblad van verdachte – niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Een voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals door de advocaat-generaal is gevorderd, acht het hof niet passend.
Alle omstandigheden afwegende acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van 16 dagen – zoals door de politierechter is opgelegd – passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) dagen.
Aldus gewezen door
mr. K. van der Meijde, voorzitter,
mr. H.A.W. Vermeulen en mr. M. Malsch, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. Y.L.J. Verhoeven, griffier,
en op 12 februari 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken.