Strafrecht overig

gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep

Zaakgegevens

Op 13 november 2020 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
13 november 2020
Datum publicatie
25 februari 2021
Zaaknummer
20-003106-19
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2020:4163
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep

Uitspraak

Inhoudsopgave

Parketnummer: 20-003106-19

Uitspraak : 13 november 2020

TEGENSPRAAK

Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof, gewezen op het beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, van 8 oktober 2019, in de strafzaak onder parketnummer 96-235397-18 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970,

wonende te [adres] .

Kwalificatie

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Toegepaste wetsartikelen

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 62 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 9, 176, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

Gepleegd

feit 1: op 11 april 2018 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo;

feit 2: op 11 april 2018 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Veroordeelt de verdachte tot hechtenis voor de duur van 1 (één) week.

Bepaalt dat de hechtenis niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 8 (acht) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot 5 (vijf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is mondeling gewezen door mr. E.A.A.M. Pfeil.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 november 2020.