Strafrecht overig

Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24 februari 2021

Zaakgegevens

Op 24 februari 2021 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24 februari 2021
Datum publicatie
1 juli 2021
Zaaknummer
20-001612-19
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2021:2032
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep

Uitspraak

Parketnummer : 20-001612-19

Uitspraak : 24 februari 2021

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 22 mei 2019 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken met parketnummers 96-255579-18 en 96-012703-19, tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte veroordeeld ter zake van overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (96-255579-18 feit 1 en 96-012703-19) tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, waarvan 2 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en ter zake van overtreding van het bepaalde bij artikel 21, aanhef en onder a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (96-255579-18 feit 2) tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, alsmede een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 maanden.

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep vanwege het ontbreken van grieven.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hof is van oordeel dat het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven of een raadsman heeft gemachtigd dat namens hem te doen en het hof niet van oordeel is dat de strafzaak desalniettemin onderzocht dient te worden.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door:

mr. J.F. Dekking, voorzitter,

mr. E.N. van der Spoel en mr. F.C.J.E. Meeuwis, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. C. Schenker, griffier,

en op 24 februari 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.