Strafrecht overig

Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep. Het door de verdachte ingestelde hoger beroep is…

Zaakgegevens

Op 24 november 2021 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24 november 2021
Datum publicatie
4 februari 2022
Zaaknummer
20-000756-21
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2021:4192
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep. Het door de verdachte ingestelde hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

Inhoudsopgave

Parketnummer : 20-000756-21

Uitspraak : 24 november 2021

TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zitting houdende te Breda, van 17 maart 2021, in de strafzaak met parketnummer 02-220217-19 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] ,

doch thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieplaats] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘diefstal’ veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 225,00 subsidiair 4 dagen hechtenis, waarbij door de politierechter is bepaald dat de geldboete mag worden voldaan in vier termijnen van elk

€ 50,00 per maand en één maandelijkse termijn van € 25,00.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het door hem ingestelde hoger beroep.

De raadsvrouw van de verdachte heeft het hof verzocht het namens de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep te kennen gegeven dat de verdachte de grieven tegen het bestreden vonnis niet langer handhaaft. De verdachte berust daarom in het bestreden vonnis.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting medegedeeld dat hij er geen bezwaar tegen heeft dat de zaak niet meer inhoudelijk wordt behandeld. Bij zijn afweging heeft hij betrokken dat het Openbaar Ministerie geen hoger beroep heeft ingesteld, hij het eens is met de bewezenverklaring en zich kan vinden in de strafoplegging door de politierechter, er geen vordering tot schadevergoeding door de benadeelde partij is ingediend en hij ook voor het overige geen bijzonder belang ziet hetwelk een tweede inhoudelijke behandeling vereist.

Nu namens de verdachte te kennen is gegeven dat zijn bezwaren tegen het bestreden vonnis niet langer worden gehandhaafd zal het hof, nu het belang van de verdachte noch enig ander rechtens te beschermen belang gediend is met een behandeling in hoger beroep, toepassing geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht en zal het hof het namens de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.

BESLISSING

Het hof:

verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door:

mr. A.J.A.M. Nieuwenhuizen, voorzitter,

mr. C.M. Hilverda en mr. S.V. Pelsser, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A. van Kaathoven, griffier,

en op 24 november 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.