Strafrecht overig

Overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel b van de Wegenverkeerswet 1994 (xxxx milligram).

Zaakgegevens

Op 4 mei 2021 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
4 mei 2021
Datum publicatie
28 augustus 2023
Zaaknummer
20-002193-20
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2021:4434
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel b van de Wegenverkeerswet 1994 (xxxx milligram).

Uitspraak

Inhoudsopgave

Parketnummer: 20-002193-20

Uitspraak : 4 mei 2021

TEGENSPRAAK

Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof, gewezen op het beroep, ingesteld tegen het vonnis van de Politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, van 30 september 2020, in de strafzaak onder parketnummer 02-269029-19 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1953,

wonende te [adres] .

Kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel b van de Wegenverkeerswet 1994 (xxxx milligram).

Toegepaste wetsartikelen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

gepleegd
op 22 oktober 2019 te [locatie] .

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 8 (acht) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit arrest is mondeling gewezen door mr. A.J.A.M. Nieuwenhuizen.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 mei 2021.