Strafrecht overig
Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep
ECLI:NL:GHSHE:2022:2522 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 25 februari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2022-2522
Zaakgegevens
Op 25 februari 2022 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 25 februari 2022
- Datum publicatie
- 22 juli 2022
- Zaaknummer
- 20-002304-21
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2022:2522
Samenvatting
Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep
Uitspraak
Inhoudsopgave
Parketnummer: 20-002304-21
Uitspraak : 25 februari 2022
TEGENSPRAAK
Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof, gewezen op het beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingslocatie ’s-Hertogenbosch, van 21 september 2021, in de strafzaak onder parketnummer 01-156787-21 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,
wonende te [adres]
Kwalificatie
Het primair bewezenverklaarde levert op: diefstal.
Gepleegd op 15 juni 2021 te Elshout, gemeente Heusden.
Toegepaste wetsartikelen
De beslissing is gegrond op artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.
Dit arrest is mondeling gewezen door mr. A.J.A.M. Nieuwenhuizen.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 februari 2022.