Strafrecht overig
Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 21 maart 2022
ECLI:NL:GHSHE:2022:2586 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 21 maart 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2022-2586
Zaakgegevens
Op 21 maart 2022 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 21 maart 2022
- Datum publicatie
- 26 juli 2022
- Zaaknummer
- 20-000078-21
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2022:2586
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep
Uitspraak
Parketnummer: 20-000078-21
Uitspraak : 21 maart 2022
TEGENSPRAAK
Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof, gewezen op het beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zitting houdende te Breda van 14 januari 2021, in de strafzaak onder parketnummer 96-163487-20, alsmede de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vorderingen tot tenuitvoerlegging van een eerdere opgelegde voorwaardelijke straf, parketnummer 96-035998-17, 96-203728-18 en 96-252527-19, tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [adres] .
Kwalificatie
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van het bepaalde bij artikel 62, bord A 3 van bijlage I, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
Gepleegd op 21 juni 2020 te Zevenbergen, gemeente Moerdijk.
Toegepaste wetsartikelen
De beslissing is gegrond op de artikelen 62 en 92 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Ten aanzien van het bewezenverklaarde
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 1.800,00 (duizend achthonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 28 (achtentwintig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat het totaal van de geldboetes mag worden voldaan in 9 (negen) termijnen van 1 maand, elke termijn groot € 200,00 (tweehonderd euro).
Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 14 (veertien) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot 9 (negen) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.
Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de kantonrechter 's-Gravenhage van 13 november 2017, parketnummer 96-035998-17, te weten van:
ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 (twee) maanden.
Verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van de kantonrechter Leiden van 13 januari 2020 parketnummer 96-203728-18, met een termijn van 1 (één) jaar.
Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Zeeland-West-Brabant van 6 november 2020, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kantonrechter Leiden van 13 januari 2020, parketnummer 96-252527-19, voorwaardelijk opgelegde een geldboete ter hoogte van 230.00 euro subsidiair 4 dagen hechtenis met een proeftijd van 2 jaren.
Dit arrest is mondeling gewezen door mr. F. van Es.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 21 maart 2022.