Strafrecht overig
gepubliceerd in verband met het ingesteld cassatieberoep
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 9 februari 2022
ECLI:NL:GHSHE:2022:685 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 9 februari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2022-685
Zaakgegevens
Op 9 februari 2022 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 9 februari 2022
- Datum publicatie
- 7 maart 2022
- Zaaknummer
- 20-002587-20
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2022:685
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
gepubliceerd in verband met het ingesteld cassatieberoep
Uitspraak
Parketnummer : 20-002587-20
Uitspraak : 9 februari 2022
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg van 18 november 2020, in de strafzaak met parketnummer 03-706524-15 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1957,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank de verdachte ter zake van
? het overtreden van artikel 3, onder C, van de Opiumwet (feit 1, het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 205 gram hennep),
? het voorhanden hebben van stoffen en voorwerpen waarvan de verdachte ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van de in artikel 11, derde en vijfde lid, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten (feit 2), en
? het witwassen van een geldbedrag van € 50.268,88 (feit 3),
veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met een proeftijd van 1 jaar.
Voorts heeft de rechtbank het voormelde geldbedrag verbeurd verklaard.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
De raadsman heeft, zoals ook in eerste aanleg en op de gronden zoals vermeld in zijn pleitnota, primair bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging wordt verklaard, dan wel dat in geval van bewezenverklaring, op die gronden strafvermindering wordt toegepast. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat de verdachte wordt vrijgesproken van de feiten 2 en 3 en dat dientengevolge de bij de verdachte aangetroffen geldbedragen aan de verdachte worden teruggegeven Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman te kennen gegeven dat dit feit gelet op de bekennende verklaring van de verdachte bewezen kan worden verklaard.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de redengeving waarop dit berust.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Aldus gewezen door:
mr. drs. M.C.C. van de Schepop, voorzitter,
mr. S.C. van Duijn en mr. K. van der Meijde, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. M.R.G.H. van Outheusden, griffier,
en op 9 februari 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. Van der Meijde is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.