Strafrecht overig

Overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (590 microgram).

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 5 juni 2023

Zaakgegevens

Op 5 juni 2023 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
5 juni 2023
Datum publicatie
29 juni 2023
Zaaknummer
20-002342-22
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2023:2112
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (590 microgram).

Uitspraak

Parketnummer: 20-002342-22

Uitspraak : 5 juni 2023

TEGENSPRAAK (artikel 279 Sv)

Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingslocatie

’s-Hertogenbosch, van 11 oktober 2022, in de strafzaak onder parketnummer 96-098024-22 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,

wonende te [adres] .

Kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (590 microgram).

Gepleegd op 18 april 2022 te Vlijmen, gemeente Heusden.

Toegepaste wetsartikelen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 300,00 (driehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis.

Bepaalt dat het totaal van de geldboete mag worden voldaan in 3 (drie) termijnen, elke termijn groot

€ 100,00 (honderd euro).

Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 180 (honderdtachtig) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot 60 (zestig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit arrest is mondeling gewezen door mr. C.P.J. Scheele.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 juni 2023.