Strafrecht overig

Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep

Zaakgegevens

Op 11 mei 2023 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
11 mei 2023
Datum publicatie
3 juli 2023
Zaaknummer
20-001320-22
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2023:2136
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep

Uitspraak

Inhoudsopgave

Parketnummer: 20-001320-22

Uitspraak : 11 mei 2023

TEGENSPRAAK (artikel 279 Sv)

Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingslocatie Middelburg, van 14 juni 2022, in de strafzaak onder parketnummer 96-009552-22 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978,

wonende te [adres] .

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de straf en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is mondeling gewezen door mr. O.M.J.J. van de Loo.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 mei 2023.