Strafrecht overig

Opzettelijk en wederrechtelijk gebruik maken van een bij het bevoegd gezag als vermist opgegeven of een niet…

Zaakgegevens

Op 11 april 2023 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
11 april 2023
Datum publicatie
24 juli 2023
Zaaknummer
20-001882-22
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2023:2427
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Opzettelijk en wederrechtelijk gebruik maken van een bij het bevoegd gezag als vermist opgegeven of een niet op zijn naam gesteld reisdocument als bedoeld in artikel 231, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Uitspraak

Inhoudsopgave

Parketnummer: 20-001882-22

Uitspraak : 11 april 2023

TEGENSPRAAK (279 Sv)

Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de Politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, van 5 augustus 2022, in de strafzaak onder parketnummer 01-145613-22 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Kwalificatie

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk gebruik maken van een bij het bevoegd gezag als vermist opgegeven of een niet op zijn naam gesteld reisdocument als bedoeld in artikel 231, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht

Toegepaste wetsartikelen

De beslissing is gegrond op artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

feit 1 gepleegd op 12 juni 2022 te Eindhoven.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is mondeling gewezen door mr. F.C.J.E. Meeuwis.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 april 2023.