Strafrecht overig

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander…

Zaakgegevens

Op 29 september 2023 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
29 september 2023
Datum publicatie
13 oktober 2023
Zaaknummer
20-001990-22 (TA)
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2023:3352
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood en een ander zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.

Uitspraak

Inhoudsopgave

Parketnummer : 20-001990-22

Uitspraak : 29 september 2023

TEGENSPRAAK

Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 31 augustus 2022, in de strafzaak met parketnummer 03-028246-22 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,

wonende te [adres 1] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte door de rechtbank veroordeeld voor de primair bewezenverklaarde ‘overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood en een ander zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen’. Aan de verdachte is een gevangenisstraf opgelegd van tien maanden waarvan vier maanden voorwaardelijk en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van drie jaren waarvan één jaar voorwaardelijk. De rechtbank heeft telkens een proeftijd van twee jaren verbonden aan het voorwaardelijke gedeelte van voormelde straffen. Daarnaast heeft de rechtbank:

  • de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 22.532,58 en deze voor het overige (reiskosten zitting) afgewezen;

  • de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 2.500,00 en genoemde benadeelde partij voor het overige deel van de vordering betreffende immateriële schade niet-ontvankelijk verklaard,

  • de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 3] gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 17.500,00 en genoemde benadeelde partij voor het overige deel van de vordering betreffende immateriële schade niet-ontvankelijk verklaard.

De betalingsverplichtingen ten behoeve van de benadeelde partijen zijn door de rechtbank telkens vermeerderd met de wettelijke rente. Daarnaast is de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Wetboek van Strafrecht opgelegd tot telkens datzelfde bedrag, eveneens te vermeerderen met de wettelijke rente.

De verdachte is veroordeeld in de kosten van de benadeelde partijen, tot op heden door de rechtbank begroot op € 332,00 per benadeelde partij.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit tussenarrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen voor het primaire feit – daarbij uitgaande van meerdaadse samenloop – tot een gevangenisstraf van tien maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van drie jaren. Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen heeft de advocaatgeneraal zich op het standpunt gesteld dat:

  • de rechtbank wordt gevolgd in haar oordeel ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ;

  • de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] geheel wordt toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente dan wel dat de vordering uitsluitend nietontvankelijk wordt verklaard met betrekking tot de post schokschade;

  • de rechtbank wordt gevolgd in haar oordeel ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] met dien verstande dat de post affectieschade wordt toegewezen tot het verlaagde bedrag van € 2.500, zoals gevorderd in hoger beroep.

De advocaat-generaal heeft gevorderd ten behoeve van de benadeelde partijen voor zover de vorderingen worden toegewezen de schadevergoedingsmaatregel op te leggen, telkens te vermeerderen met de wettelijke rente.

Namens de verdachte is bepleit dat het vereiste causaal verband voor schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) – zoals primair tenlastegelegd – ontbreekt dan wel dat hooguit aanmerkelijke schuld kan worden bewezenverklaard. Verder heeft de verdediging een straftoemetingsverweer gevoerd en zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen.

Heropening van het onderzoek

Tijdens de beraadslaging in raadkamer is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest.

Na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting heeft de advocaat-generaal zich op 27 september 2023 schriftelijk gewend tot het hof met het volgende.

Ter terechtzitting d.d. 15 september 2023 waren in de zittingszaal verbalisanten aanwezig, die het VOA-proces-verbaal hebben opgesteld. Na de zitting hebben zij contact opgenomen met de advocaat-generaal teneinde hem deelgenoot te maken van hun verwondering over de slechte kwaliteit van de ter terechtzitting getoonde camerabeelden. Zij gaven aan dat zij de camerabeelden hebben bestudeerd aan de hand van een kwalitatief duidelijkere beeldweergave.

De advocaat-generaal heeft het hof in overweging gegeven om het onderzoek ter terechtzitting te heropenen “opdat met een kwalitatief hoogstaandere vorm van beeldmateriaal een betere beoordeling van het bewijsmateriaal in volle omvang kan worden verricht”.

In reactie op de brief van de advocaat-generaal heeft de raadsman van verdachte op 27 september 2023 per e-mail het hof verzocht de advocaat-generaal in zijn aangereikte overweging niet te volgen, mede gelet op de eerdere door verbalisanten bij proces-verbaal gerelateerde bevindingen.

Het hof overweegt als volgt.

Nu gegevensdragers van de camerabeelden onderdeel uitmaken van het procesdossier en het hof tijdens het onderzoek ter terechtzitting op basis van eigen waarneming heeft willen vaststellen wat op die camerabeelden te zien valt, maar ter terechtzitting op momenten heeft vastgesteld dat de vertoonde beelden niet helder waren terwijl kennelijk de mogelijkheid bestaat om tot een betere weergave te komen, is het hof van oordeel dat het onderzoek ter terechtzitting niet volledig is geweest.

Het hof zal daarom bevelen dat de politie bij proces-verbaal gedetailleerd zal relateren wat op de camerabeelden (met name die van de juwelier [adres 2] en van het bedrijf [bedrijf] ), weergegeven in een zo optimaal mogelijke kwaliteit, door verbalisanten is waar te nemen voor zover dit in het kader van de onderhavige strafzaak van belang kan zijn en tevens hoe de op die beelden aangegeven tijdsaanduiding zich verhoudt tot de ten tijde van de opnames bestaande werkelijke tijdsduiding.

Daarnaast wenst het hof van die camerabeelden in dezelfde kwaliteit – zo nodig en mogelijk ondersteund door daarvoor door de verbalisanten gebruikte apparatuur – ter terechtzitting door eigen waarneming kennis te kunnen nemen. De politie wordt gevraagd tijdig voorafgaande aan de volgende behandeling suggesties te doen met betrekking tot de wijze waarop dit het beste is te realiseren en daaraan zo nodig ondersteuning te bieden.

BESLISSING

Het hof:

- heropent het onderzoek ter terechtzitting;

- geeft de advocaat-generaal opdracht de politie een aanvullend proces-verbaal te laten opmaken waarin gedetailleerd wordt gerelateerd wat op de camerabeelden (met name die van de juwelier [adres 2] en van het bedrijf [bedrijf] ), weergegeven in zo optimaal mogelijke kwaliteit, door verbalisanten is waar te nemen voor zover dit in het kader van de onderhavige strafzaak van belang kan zijn en tevens hoe de op die beelden aangegeven tijdsaanduiding zich verhoudt tot de ten tijde van de opnames bestaande werkelijke tijdsduiding;

- geeft de advocaat-generaal opdracht de politie eveneens te laten rapporteren over de mogelijkheden om de waarneming door het hof van de hiervoor bedoelde camerabeelden ter terechtzitting (al dan niet met dezelfde of soortgelijke apparatuur als de politie heeft gebruikt) te realiseren en de politie daaraan zo nodig ondersteuning te laten bieden;

- schorst het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd (wederom aan te brengen bij de 27e strafkamer, verwachte behandelduur: 75 minuten);

- beveelt de oproeping van verdachte tegen de dag en het tijdstip van de nog nader te bepalen terechtzitting;

- beveelt de kennisgeving van de dag en het tijdstip van de nog nader te bepalen terechtzitting aan de raadsman van verdachte;

- beveelt de kennisgeving van de dag en het tijdstip van de nog nader te bepalen terechtzitting aan de nabestaanden/benadeelde partijen en het slachtoffer en verstaat dat hun gemachtigde daarvan een afschrift zal ontvangen;

- stelt de stukken in handen van de advocaat-generaal met voormeld doel.

Aldus gewezen door:

mr. W.F. Koolen, voorzitter,

mr. A.R. Hartmann en mr. R.G.A. Beaujean, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.J. Dijkhoff, griffier,

en op 29 september 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.