Strafrecht overig

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch bevestigt het vonnis van de rechtbank Limburg.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 25 september 2023

Zaakgegevens

Op 25 september 2023 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
25 september 2023
Datum publicatie
21 november 2023
Zaaknummer
20-002897-21
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2023:3874
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch bevestigt het vonnis van de rechtbank Limburg.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 25 september 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:GHSHE:2023:3874

  2. Conclusie A-G · 17 december 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1374
  3. Hoge Raad · 11 maart 2025

    ECLI:NL:HR:2025:294

Uitspraak

Parketnummer : 20-002897-21

Uitspraak : 25 september 2023

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 1 december 2021 met parketnummer 03-702694-17 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf onder parketnummer 03-098980-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967,

wonende te [woonplaats] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het tenlastegelegde als feiten 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd’ (feit 1), ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod’ (feit 2), ‘opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod’ en ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod’ (feit 3) alsmede ‘opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod’ (feit 4), de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De rechtbank heeft de vordering strekkende tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf afgewezen.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen.

Door de raadsman van de verdachte is een straftoemetingsverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust.

BESLISSING

Het hof:

bevestigt het vonnis waarvan beroep.

Aldus gewezen door:

mr. A.M.G. Smit, voorzitter,

mr. C.P.J. Scheele en mr. A.J.M. van Gink, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S. van den Akker, griffier,

en op 25 september 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. A.J.M. van Gink is buiten staat dit arrest te ondertekenen.