Strafrecht overig

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak…

Zaakgegevens

Op 22 november 2023 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22 november 2023
Datum publicatie
23 november 2023
Zaaknummer
20-001141-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2023:3895
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking.

Uitspraak

Inhoudsopgave

Parketnummer : 20-001141-23

Uitspraak : 22 november 2023

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 17 april 2023, parketnummer 03-088816-23 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, parketnummer 03-082381-20, in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,

thans gedetineerd te P.I. Zuid Oost, locatie Roermond te Roermond.

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De politierechter heeft het tegen de verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan de duur van de opgelegde vrijheidsstraf.

De politierechter heeft de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding. De benadeelde partij is veroordeeld in de proceskosten van de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op het moment van het wijzen van het vonnis begroot op nihil.

Tot slot heeft de politierechter in het vonnis gelast dat de eerder opgelegde voorwaardelijke straf, parketnummer 03-082381-20, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, alsnog ten uitvoer wordt gelegd, nu er sprake is van overtreding van de algemene voorwaarde.

Op 17 april 2023 heeft de politierechter bij apart geminuteerde beslissing op vordering van de officier van justitie de tenuitvoerlegging van voormelde eerder opgelegde voorwaardelijke straf in de strafzaak met parketnummer 03-082381-20 tevens gelast in verband met het door de verdachte overtreden van de aan die voorwaardelijke straf verbonden bijzondere voorwaarden.

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

De benadeelde partij [benadeelde] is door de politierechter niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding. De benadeelde partij heeft in hoger beroep niet te kennen gegeven dat de vordering wordt gehandhaafd, waardoor de vordering van rechtswege niet aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter zal bevestigen, behoudens de beslissing ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, parketnummer 03-082381-20. Ten aanzien van deze vordering heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zal verklaren.

De verdediging heeft bepleit dat het hof het vonnis van de politierechter zal bevestigen behoudens de beslissing ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, parketnummer 03-082381-20. Ten aanzien van deze vordering heeft de verdediging bepleit dat het hof het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zal verklaren.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, behalve voor wat betreft de beslissing met betrekking tot de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, parketnummer 03-082381-20.

Vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 03-082381-20

Zoals hiervoor onder het kopje ‘Hoger beroep’ weergegeven heeft de politierechter in het vonnis gelast dat de eerder opgelegde voorwaardelijke straf, parketnummer 03-082381-20, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, alsnog ten uitvoer wordt gelegd, nu er sprake is van overtreding van de algemene voorwaarde en heeft de politierechter bij afzonderlijk geminuteerde beslissing eveneens de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder opgelegde voorwaardelijke straf toegewezen en de tenuitvoerlegging van die straf gelast in verband met het door de verdachte overtreden van de bijzondere voorwaarden. Tegen deze laatstgenoemde beslissing, een beslissing tot tenuitvoerlegging in verband met het overtreden van bijzondere voorwaarden, staat geen gewoon rechtsmiddel open zodat de beslissing ten aanzien van deze vordering tot tenuitvoerlegging van deze straf op 17 april 2023 onherroepelijk is geworden. Gelet daarop zal het hof thans het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot tenuitvoerlegging in verband met overtreding van de algemene voorwaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissing met betrekking tot de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, parketnummer 03-082381-20, en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging, met parketnummer 03-082381-20.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Aldus gewezen door:

mr. A.J. Henzen, voorzitter,

mr. A.R. Hartmann en mr. W.F. Koolen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J. de Leijer, griffier,

en op 22 november 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. A.J. Henzen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.