Strafrecht overig

Diefstal. Wederspannigheid. Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de…

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24 november 2023

Zaakgegevens

Op 24 november 2023 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24 november 2023
Datum publicatie
28 november 2023
Zaaknummer
20-000907-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2023:3997
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Diefstal.

Wederspannigheid.

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000907-23

Uitspraak : 24 november 2023

TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 23 maart 2023 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken met de parketnummers 03-334907-22, 03-023279-23 en 03-028760-23, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde straf, parketnummer 03-659404-16, tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,
[adres] ,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in P.I. Sittard te Sittard.

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van:

  • diefstal (feit 1 onder parketnummer 03-334907-22);

  • wederspannigheid (feit 2 onder parketnummer 03-334907-22);

  • diefstal (parketnummer 03-023279-23);

  • diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming (parketnummer 03-028760-23)

veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken.
Voorts heeft de politierechter de gedeeltelijke tenuitvoerlegging gelast van een in de zaak met parketnummer 03-659404-16 eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met dien verstande dat de politierechter een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden heeft gelast.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen, met aanvulling van de bewijsmiddelen.

De raadsman van de verdachte heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van het hof. Verder heeft de raadsman een strafmaatverweer gevoerd en heeft hij met betrekking tot de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf bepleit dat deze wordt afgewezen.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis, met aanvulling van de gronden, in die zin dat de bewijsmiddelen, de strafmaatoverweging en de overweging over de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging zullen worden aangevuld.

Het hof is voorts van oordeel dat de toepasselijke wettelijke voorschriften in hoger beroep aanvulling behoeven, in die zin dat in hoger beroep artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is en dat op pagina 8 van het vonnis onder het kopje ‘Toegepaste artikelen’ na ‘57’ wordt ingevoegd: , 63,.

Aanvulling bewijsmiddelen

De politierechter heeft volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen met betrekking tot het bewezenverklaarde onder de parketnummers 03-023279-23, 03-028760-23 en 03-334907-22 (feit 2). Op grond van het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering kan worden volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen indien de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. In de onderhavige zaak heeft de verdachte de tenlastegelegde feiten niet bekend. Derhalve kan met een opsomming van de bewijsmiddelen met betrekking tot die bewezenverklaarde feiten niet worden volstaan.

De bewezenverklaring door de politierechter komt met betrekking tot het bewezenverklaarde onder de parketnummers 03-023279-23, 03-028760-23 en 03-334907-22 (feit 2) dan ook uitsluitend te berusten op de bewijsmiddelen die voor het hof redengevend zijn voor het bewijs en in geval van cassatie zullen worden opgenomen in een aanvulling op dit arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.

Aanvulling van de strafmaatoverweging

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat aan de verdachte per parketnummer één week gevangenisstraf dient te worden opgelegd, wat tezamen uitkomt op een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken. De raadsman stelt zich op het standpunt dat de verdachte slechts één keer eerder in de afgelopen vijf jaren onherroepelijk is veroordeeld ter zake van winkeldiefstal en dat de veroordeling ter zake van wederspannigheid al van enige tijd geleden is.

Het hof overweegt als volgt.

Blijkens het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 20 september 2023 is de verdachte binnen een periode van vijf jaren, naast andere feiten, eenmaal eerder onherroepelijk veroordeeld zowel ter zake van diefstal als ter zake van wederspannigheid. De verdachte moet zich nu wederom verantwoorden voor twee diefstallen en wederspannigheid en daarnaast nog een diefstal onder strafverzwarende omstandigheden. Hij heeft deze feiten bovendien tijdens een lopende proeftijd gepleegd. Onder deze omstandigheden is het hof van oordeel dat één week gevangenisstraf per parketnummer, zoals de raadsman naar voren heeft gebracht, niet passend is.

Het hof bevestigt het vonnis van de politierechter ook ten aanzien van de opgelegde straf, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken, nu het hof van oordeel is dat deze straf passend en geboden is.

Aanvulling van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging

Met betrekking tot de duur van de tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf overweegt het hof in aanvulling op de politierechter als volgt.

De raadsman heeft bepleit de vordering af te wijzen.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep met betrekking tot de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf gerekwireerd dat zij gedeeltelijke tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden passend acht. In hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht ziet het hof geen aanleiding om daarover anders te oordelen dan de politierechter heeft gedaan.

Het hof bevestigt aldus het vonnis van de politierechter ook ten aanzien van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, met dien verstande dat de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden wordt gelast.

BESLISSING

Het hof:

bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Aldus gewezen door:

mr. dr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, voorzitter,

mr. J. Platschorre en mr. A. Muller, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M. Peperkamp, griffier,

en op 24 november 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Muller is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.