Strafrecht overig

Overtreding van het bepaalde bij artikel 62, bord A 1 van bijlage I, van het Reglement verkeersregels en…

Zaakgegevens

Op 13 mei 2024 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
13 mei 2024
Datum publicatie
17 juli 2024
Zaaknummer
20-001516-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2024:2327
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Overtreding van het bepaalde bij artikel 62, bord A 1 van bijlage I, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

Uitspraak

Inhoudsopgave

Parketnummer: 20-001516-23

Uitspraak : 13 mei 2024

TEGENSPRAAK

Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zitting houdende te Breda, van 31 mei 2023, in de strafzaak onder parketnummer

96-027710-23 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,

wonende te [adres] .

Kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van het bepaalde bij artikel 62, bord A 1 van bijlage I, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

Gepleegd op 28 januari 2023 te Waalwijk.

Toegepaste wetsartikelen

De beslissing is gegrond op de artikelen 62 en 92 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Ten aanzien van het bewezenverklaarde:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 1.100,00 (duizend honderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 21 (eenentwintig) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 210 (tweehonderdtien) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot 183 (honderddrieëntachtig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is mondeling gewezen door mr. F.C.J.E. Meeuwis.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 mei 2024.