Strafrecht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Strafrecht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22 december 2025
ECLI:NL:GHSHE:2025:3752 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 22 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2025-3752
Zaakgegevens
Op 22 december 2025 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 22 december 2025
- Datum publicatie
- 13 januari 2026
- Zaaknummer
- 20-000362-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2025:3752
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Belaging.
Uitspraak
Parketnummer : 20-000362-25
Uitspraak : 22 december 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 24 januari 2025, in de strafzaak met parketnummer 01-211795-24 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte door de politierechter ter zake van ‘belaging’ veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren. Aan het voorwaardelijk strafdeel heeft de politierechter bijzondere voorwaarden verbonden, te weten – kort gezegd – een contact- en locatieverbod ten aanzien van [benadeelde] en haar woning te [plaats] .
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde hoger beroep.
Door de verdediging is bepleit dat het hof de verdachte ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde hoger beroep, omdat niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van zijn recht om hoger beroep in te stellen.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
In het proces-verbaal van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 24 januari 2025 is vermeld dat verdachte en de officier van justitie ter terechtzitting afstand hebben gedaan van hun recht tegen het vonnis hoger beroep in te stellen.
Uit vaste jurisprudentie volgt dat, indien de verdachte ter terechtzitting afstand heeft gedaan van zijn recht om hoger beroep in te stellen, zulks niet meer mogelijk is, tenzij bijzondere omstandigheden aanleiding geven tot het oordeel dat de gedane afstand niet kan gelden als afstand ex artikel 381, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Dergelijke bijzondere omstandigheden zijn gesteld noch gebleken, nu de verdachte slechts ontkent dat hij afstand zou hebben gedaan van zijn recht om hoger beroep in te stellen. Aan die ontkenning gaat het hof voorbij, gelet op het ter zake vermelde in het proces-verbaal van de politierechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch d.d. 24 januari 2025, dat zowel door de politierechter als de griffier is ondertekend.
Op grond van het voren overwogene zal het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaren in het tegen het vonnis ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Aldus gewezen door:
mr. A.J.M. van Gink, voorzitter,
mr. C.A. van Roosmalen en mr. W.P.A. Korver, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. M.C.F. Jansen, griffier,
en op 22 december 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. C.A. van Roosmalen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.