Strafrecht overig

Diefstal. In het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19 augustus 2025

Zaakgegevens

Op 19 augustus 2025 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19 augustus 2025
Datum publicatie
15 januari 2026
Zaaknummer
20-003524-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2025:3766
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Diefstal.

In het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen.

Uitspraak

Parketnummer : 20-003524-23

Uitspraak : 19 augustus 2025

Verstek (DNIP)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 22 december 2023, in de strafzaak met parketnummer 02-149302-23 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard, die gekwalificeerd als ‘diefstal’ (feit 1) en ‘in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen’ (feit 2), de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het namens hem ingestelde hoger beroep, omdat hij geen grieven heeft opgegeven tegen het bestreden vonnis.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hof is van oordeel dat het namens de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven of een raadsman/raadsvrouw heeft gemachtigd dat namens hem te doen en het hof niet van oordeel is dat de strafzaak desalniettemin onderzocht dient te worden. Het hof zal daarom toepassing geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door:

mr. A.J.M. van Gink, voorzitter,

mr A.M.G. Smit en mr. C.A. van Roosmalen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. N. Koop, griffier,

en op 19 augustus 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mrs. Smit, Van Roosmalen en Koop zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.