Strafrecht overig

Artikel 311, eerste lid, aanhef en onder 5, van het Wetboek van Strafrecht. Het hof acht bewezen dat de…

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 24 augustus 2026 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
24 augustus 2026
Datum publicatie
3 september 2026
Zaaknummer
20-000087-26
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2026:2366
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Artikel 311, eerste lid, aanhef en onder 5, van het Wetboek van Strafrecht. Het hof acht bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van € 8.000,00 door middel van een valse sleutel. Het hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 90 uren subsidiair 45 dagen hechtenis waarvan 30 uren subsidiair 15 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Het hof legt bijzondere voorwaarden op en heft op het door de politierechter gegeven bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van deze bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen reclasseringstoezicht. Voorts legt het hof een vrijheidsbeperkende maatregel op en verklaart het hof dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000087-26

Uitspraak : 24 augustus 2026

TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

’s-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 16 januari 2026, in de strafzaak met parketnummer 02-056022-25 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,

wonende te [adres 1] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel’, de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 90 uren subsidiair 45 dagen hechtenis waarvan 30 uren subsidiair 15 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Daarbij heeft de politierechter als bijzondere voorwaarden gesteld, kort gezegd, een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling ondergaan met mogelijke kortdurende opname bij [GGZ] of een soortgelijke zorgverlener, en medewerking verlenen aan het aflossen van zijn schulden. De reclassering is opdracht gegeven toezicht te houden op naleving van de bijzondere voorwaarden en begeleiding van de verdachte. Zowel de bijzondere voorwaarden als het reclasseringstoezicht heeft de politierechter dadelijk uitvoerbaar verklaard. De politierechter heeft voorts een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht in de vorm van een contactverbod met het slachtoffer [slachtoffer] en een gebiedsverbod voor het adres [adres 2] , beide verboden voor de duur van 2 jaren, opgelegd met telkens een bevel tot toepassing van vervangende hechtenis van 1 dag als niet aan die maatregel wordt voldaan met telkens een maximum van 6 maanden. Daarbij heeft de politierechter bevolen dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Door de verdediging is vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis, met verbeterde lezing van de tenlastelegging en de bewezenverklaring, met aanvulling en verbetering van de gronden en met uitzondering van het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het reclasseringstoezicht. In zoverre zal het vonnis waarvan beroep worden vernietigd. Voorts zal het hof in dictum van dit arrest ten aanzien van de duur van de vrijheidsbeperkende maatregel bevelen dat de tijd die de verdachte al onderworpen is geweest aan de door de politierechter opgelegde en dadelijk uitvoerbaar verklaarde vrijheidsbeperkende maatregel bij de uitvoering van die opgelegde maatregel in mindering zal worden gebracht en daarnaast dat de vervangende hechtenis die eventueel al is tenuitvoergelegd, eveneens bij een eventuele tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis in mindering wordt gebracht. Tot slot vult het hof de door de politierechter aangehaalde wetsartikelen hierbij aan met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Verbeterde lezing van de tenlastelegging en bewezenverklaring

De politierechter heeft overeenkomstig de tenlastelegging bewezenverklaard dat het weggenomen geld is overgeboekt naar het bankrekeningnummer ‘ [rekeningnummer 1] ’ (het eerste cijfer is vetgedrukt en onderstreept door het hof) van de verdachte. Het hof merkt op dat uit het politiedossier volgt dat het betreffende rekeningnummer, waarvan volgens de [bank] de rekeninghouder [verdachte] is, anders luidt, te weten ‘ [rekeningnummer 1] ’. Dit betekent dat in de tenlastelegging en bewezenverklaring abusievelijk het eerste cijfer (‘2’) is vermeld en blijven staan en daarom het rekeningnummer verbeterd dient te worden gelezen in die zin dat het rekeningnummer komt te luiden: ‘ [rekeningnummer 1] ’. Het hof beschouwt dit als een kennelijke misslag en zal de tenlastelegging en bewezenverklaring dienovereenkomstig verbeterd lezen.

Deze verbetering houdt slechts in een vaststelling van de juiste inhoud van de tenlastelegging en bewezenverklaring en niet een ander oordeel omtrent hetgeen is tenlastegelegd en bewezen. De verdachte is door deze verbeterde lezing niet in zijn verdediging geschaad.

Hier is sprake van een kennelijke misslag in de tenlastelegging die vervolgens ook kennelijk door de politierechter over het hoofd is gezien bij de bewezenverklaring.

Verbetering bewijsmiddelen

De door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen als vermeld op pagina’s 3 tot en met 5 van het proces-verbaal van de openbare terechtzitting van 16 januari 2026 waarin het mondeling vonnis is aangetekend, behoeven op onderdelen aanvulling en verbetering, ook reeds omdat deze niet allemaal volledig leesbaar zijn. Ten behoeve van de leesbaarheid zal het hof de bewijsmiddelen integraal vervangen door na te melden bewijsmiddelen,

Tenzij anders vermeld wordt hierna verwezen naar pagina’s van het dossier van de politie-eenheid Zeeland-West -Brabant, registratienummer PL2000-2024186651, gesloten d.d. 3 december 2024, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , brigadier van politie, (doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 47). Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn, voor zover niet anders vermeld, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.

1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 24 juli 2024 (pg. 6-9), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [slachtoffer] :

(pg. 6)

Ik doe aangifte van diefstal. Hetgeen is weggenomen behoort mij geheel in eigendom toe. Niemand had het recht of de toestemming dit goed weg te nemen en zich toe te eigenen. De diefstal vond als volgt plaats.

Ik was 14 jaar bevriend met [verdachte] ( [geboortedag] 1989). Ik ging in november 2023 bij [verdachte] wonen in [adres 1] . [verdachte] en ik kregen in januari 2024 een relatie. Sinds dat [verdachte] en ik een relatie kregen ging [verdachte] mij controleren. Hij controleerde mijn telefoon.

Op 29 juni 2024 werd [verdachte] boos. Ik gaf na dit voorval mijn telefoon aan [verdachte] . Het was een leentoestel van [verdachte] die op zijn naam stond. In de terugrit met de auto naar huis kregen [verdachte] en ik een enorme ruzie. Ik hoorde [verdachte] zeggen: "Hoe zou je het vinden als er ineens 8875 euro van je rekening af is?" Dit was ook het bedrag dat op mijn rekening stond. Ik vroeg waarom hij dit zei. Ik kreeg geen antwoord.

In de auto vroeg ik aan [verdachte] mijn telefoon terug. Ik zei dat ik mijn telefoon aan hem had gegeven. Ik heb deze telefoon niet meer teruggekregen en had de telefoon ook niet meer gezien.

(pg. 7)

Op 30 juni (het hof begrijpt: 2024) gingen vrienden mee mijn spullen halen bij [adres 1] (het hof begrijpt: de woning van de verdachte aan [adres 1] ). Ik vond mijn oude telefoon terug en daarop stond mijn bankieren app. Ik zag dat er van mijn bankrekening 8000 euro was overgemaakt van mijn spaarrekening naar mijn hoofdrekening. Vanuit de hoofdrekening was 8000 euro overgemaakt naar [naam] .

Mijn bankrekening: [rekeningnummer 2]

[naam] : [rekeningnummer 1] (het hof begrijpt: [rekeningnummer 1])

Het tijdstip van overmaking was 30-6-2024 rond 16.28 uur.

Bij de [bank] zei de medewerker dat [naam] niet klopte. De naam en rekeningnummer matchen niet met elkaar. De [bank] ging een intern onderzoek doen. [verdachte] controleerde mijn telefoon veel en wist een aantal telefooncodes.

[verdachte] was de enige die toegang had tot mijn telefoon.

2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 november 2024 (pg. 13-14), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :

Op 19 november 2024 was ik belast met het beschrijven van de transactie afschriften die zijn gedaan van rekeningnummer [rekeningnummer 1] op naam van [verdachte] .

Ik zag dat op 30-6-2024 om 16:28:28 uur op rekeningnummer [rekeningnummer 1] , te naam [verdachte] , 8000 euro was gestort vanaf rekeningnummer [rekeningnummer 2] te naam Mw [slachtoffer] .

Ik zag dat in de periode 30-6-2024 tot en met 25-10-2024 meerdere transacties hebben plaatsgevonden waarbij grotere bedragen zijn afgeschreven.

1-7-2024 om 14:21:03 uur 2470,81 euro overgemaakt naar [stichting] ,

[rekeningnummer 3] .

22-7-2024 om 10:44:11 uur 606 euro overgemaakt naar [verdachte] , [rekeningnummer 4] .

20-8-2024 om 14:37:20 uur 52,25 euro overgemaakt naar [verdachte] , [rekeningnummer 4] .

21-10-2024 om 10:38:05 uur 326,97 euro overgemaakt naar [verdachte] , [rekeningnummer 4] .

Ik zie dat de 8000 euro mede gebruikt is voor transacties naar andere instanties/bedrijven, tevens zijn er enkele transacties gedaan naar een ander rekeningnummer van [verdachte] .

3. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 2 december 2024 (15-21), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van verdachte:

(pg. 15)

V = Vraag

A = Antwoord

(pg. 18)

A: Ik heb rekeningnummer [rekeningnummer 4] .

(pg. 20)

V: Bent u bekend met [stichting] ?

A: Ik huur bij [stichting] .

4. Het proces-verbaal verstrekking gevorderde identificerende gegevens bij banken d.d. 27 september 2024 (pg. 35-37), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 3] :

(pg. 35)

De [bank] is gevorderd om de beschikbare identificerende en/of productgegevens te verstrekken gerelateerd aan: [rekeningnummer 1] .

Door de voornoemde bank zijn de volgende identificerende gegevens verstrekt:

Productkenmerken:

Soort product : Betaalrekening

Status : Actief (op 27-09-2024)

IBAN : [rekeningnummer 1]


Rekeninghouder(s) natuurlijk persoon:

Initialen : [verdachte]

Achternaam : [verdachte]

Voornaam : [verdachte]

Geboortedatum : [geboortedag] 1989

Actieve cliënt (op 27-09-2024) : Ja

Woonadres:

Plaatsnaam : [adres 1]

Straatnaam : [adres 1]

Huisnummer : [adres 1]

Postcode : [adres 1]

5. Een geschrift, te weten een overzicht bankgegevens d.d. 5 november 2024 van bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] op naam van [verdachte] , (pg. 46-47), voor zover inhoudende:

(pg. 46)

Datum_aanmaak_bestand

5-11-2024

Rekeningnummer

[rekeningnummer 1]

Naam_rekeninghouder

[verdachte]

BSN/RSIN_rekeninghouder

Startsaldo_bevraging

-2,7

Eindsaldo_bevraging

-3,2

Aantal_transacties

41

Datum_eerste_transactie

30-6-2024

Datum_laatste_transactie

25-10-2024

rekening_nr

rekeninghouder

pas volg nr

tijdstip transactie

boekdatum

type transactie

Omschrijving

transactie bedrag debet

transactie bedrag credit

Valuta

tegenrekening

tenaamstelling

tegenrekening

[rekeningnummer 1]

[verdachte]

0

16:28:28

30-6-2024

8949

TGV: [rekeningnummer 1] TNV: [naam]

8000

EUR

[rekeningnummer 2]

Mw [slachtoffer]

[rekeningnummer 1]

[verdachte]

5

17:44:06

30-6-2024

7910

GELDMAAT [straatnaam] 30.06.2024 17U44 [nummer] 921286 MCC:5011

NL HP6OTF/913325

750

EUR

[rekeningnummer 1]

[verdachte]

5

17:53:11

30-6-2024

7913

BP [straatnaam] 30.06.2024 17U53 [nummer] 41120151 MCC:5541

NL TM83V7/915484

131,01

EUR

[rekeningnummer 1]

[verdachte]

0

14:21:03

1-7-2024

9930

K00009868, [adres 1]

TGV: [rekeningnummer 3] TNV: [stichting]

2470,61

EUR

[rekeningnummer 3]

[stichting]

[rekeningnummer 1]

[verdachte]

5

19:57:31

1-7-2024

7913

BP [straatnaam] 1.07.2024 19U57 [nummer] 41120151 MCC:5541

NL HPMWIA/975398

88,5

EUR

[rekeningnummer 1]

[verdachte]

0

05:44:26

2-7-2024

9806

115151123630 0051100561257854 410318756640 414707695167 410719375 [bedrijf 1]

TGV: [rekeningnummer 5] TNV: [bedrijf 1]

382,21

EUR

[rekeningnummer 5]

[bedrijf 1]

[rekeningnummer 1]

[verdachte]

0

05:48:54

2-7-2024

9806

44636346 7670178235150550 Betaling Aanslagbiljet 44636346 TGV: [rekeningnummer 6] TNV: BWB Belastingen

557,95

EUR

[rekeningnummer 6]

BWB Belastingen

[rekeningnummer 1]

[verdachte]

0

13:22:28

2-7-2024

6305

De limiet van uw betaalpas met volgnummer [nummer] is voor geldautomaten in Nederland tijdelijk aang

0

EUR

[rekeningnummer 1]

[verdachte]

5

14:10:05

2-7-2024

7910

GELDMAAT [straatnaam] 2.07.2024 14U10 [nummer] 812090 MCC:6011

NL HPWLW5/166289

3500

EUR

[rekeningnummer 1]

[verdachte]

5

14:29:18

2-7-2024

7913

[straatnaam] 2.07.2024 14U29 [nummer] H56W65 MCC:5499

NL HPY0YO/200683

41,05

EUR

[rekeningnummer 1]

[verdachte]

0

03:27:30

3-7-2024

9606

01a5c00e5d7bc26e509a162d7c80od02 8152569759145243 1395844 [bedrijf 2] .nl [bedrijf 2] TGV: [rekeningnummer 7] TNV: [bedrijf 2] via Stichting Mollie Payments

50

EUR

[rekeningnummer 7]

[bedrijf 2] via Stichting Mollie Payments

[rekeningnummer 1]

[verdachte]

0

02:29:32

5-7-2024

7606

Rente over negatief saldo tot 01-07-24

0,01

EUR

[rekeningnummer 1]

[verdachte]

0

22:20:42

11-7-2024

9930

TGV: [rekeningnummer 4] TNV: [verdachte]

25,75

EUR

[rekeningnummer 4]

[verdachte]

[rekeningnummer 1]

[verdachte]

0

09:22:15

22-7-2024

8809

MAAND AUG. NR. 109729699T400013 VOORSCHOT

ZORGTOESLAG 2024 ( [verdachte] ) MEER INFO OP WWW.TOESLAGEN.NL

TGV: [rekeningnummer 1] TNV:De heer [verdachte]

124

EUR

[rekeningnummer 8]

BELASTINGDIENST

[rekeningnummer 1]

[verdachte]

0

09:25:07

22-7-2024

8809

JAN-AUG NR. 109729699T400002 VOORSCHOT

HUURTOESLAG 2024 ( [verdachte] ) MEER INFO OP WWW.TOESLAGEN.NL

TGV: [rekeningnummer 1] TNV:De heer [verdachte]

482

EUR

[rekeningnummer 8]

BELASTINGDIENST

[rekeningnummer 1]

[verdachte]

0

10:44:11

22-7-2024

9930

TGV: [rekeningnummer 4] TNV: [verdachte]

606

EUR

[rekeningnummer 4]

[verdachte]

[rekeningnummer 1]

[verdachte]

0

00:20:36

25-7-2024

7241

Kosten gebruik betaalrekening inclusief 1 betaalpas

3,2

EUR

[rekeningnummer 1]

[verdachte]

0

09:00:17

20-8-2024

8809

MAAND SEP. NR. 109729699T400002 VOORSCHOT

HUURTOESLAG 2024 ( [verdachte] ) MEER INFO OP WWW.TOESLAGEN.NL

TGV: [rekeningnummer 1] TNV:De heer [verdachte]

191

EUR

[rekeningnummer 8]

BELASTINGDIENST

[rekeningnummer 1]

[verdachte]

0

09:19:42

20-8-2024

8809

MAAND SEP. NR. 109729699T400013 VOORSCHOT

ZORGTOESLAG 2024 ( [verdachte] ) MEER INFO OP WWW.TOESLAGEN.NL

TGV: [rekeningnummer 1] TNV:De heer [verdachte]

124

EUR

[rekeningnummer 8]

BELASTINGDIENST

6. Een eigen waarneming van het hof, voor zover inhoudende :

Het hof neemt in het hiervoor als bewijsmiddel 5 vermelde overzicht van bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] op naam van de verdachte [verdachte] (onder meer) navolgende transacties waar:

- op 1-7-2024 werd een bedrag van € 2.470,81 afgeschreven van verdachtes rekeningnummer [rekeningnummer 1] met als omschrijving ‘K00009868, [adres 1] TGV: [rekeningnummer 3] TNV: [stichting] ’;

- op 22-7-2024 werd een bedrag van € 124,00 bijgeschreven van de tenaamgestelde ‘Belastingdienst’ op verdachtes rekeningnummer [rekeningnummer 1] met als omschrijving ‘MAAND AUG, NR. 109729699T400013 VOORSCHOT ZORGTOESLAG 2024 ( [verdachte] ) TNV: De heer [verdachte] ’;

- op 22-7-2024 werd een bedrag van € 482,00 bijgeschreven van de tenaamgestelde ‘Belastingdienst’ op verdachtes rekeningnummer [rekeningnummer 1] met als omschrijving ‘JAN-AUG, NR. 109729699T400002 VOORSCHOT HUURTOESLAG 2024 ( [verdachte] ) TNV: De heer [verdachte] .

- Op 20-08-2024 werden opnieuw twee bedragen bijgeschreven van de tenaamgestelde ‘Belastingdienst’ met een soortgelijke omschrijving als hiervoor vermeld (‘voorschot huurtoeslag 2024 ( [verdachte] )’ en ‘voorschot zorgtoeslag 2024 ( [verdachte] )’), maar in beide gevallen nu met betrekking tot de ‘maand sep’.

Aanvulling bewijsoverwegingen

Het hof ziet in het ter terechtzitting in hoger beroep gevoerde verweer aanleiding de bewijsoverwegingen aan te vullen als voormeld.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman vrijspraak bepleit, omdat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte degene is geweest die het geld naar het rekeningnummer [rekeningnummer 1] heeft overgemaakt. De verdachte stelt zich op het standpunt dat aangeefster het bedrag naar hem heeft overgemaakt voor de gezamenlijke verbouwing van een chalet. Bovendien zou de verdachte het bedrag inmiddels aan aangeefster hebben terugbetaald.

Het hof overweegt als volgt.

In de eerste plaats heeft de verdachte in alle toonaarden ten overstaan van de politie ontkend dat hij beschikte over een bankrekening bij de [bank] met rekeningnummer [rekeningnummer 1] . In het verlengde daarvan heeft hij ook ontkend dat het bedrag naar hem was overgeschreven. Het hof stelt vast dat hoewel bij de overschrijving van aangeefsters rekening van het bedrag van € 8.000,00 een andere tenaamgestelde was genoemd, uit de opgevraagde informatie bij de [bank] zonder meer bleek dat deze rekening wel degelijk aan de verdachte toebehoorde. Dat deze [bank] -bankrekening niet alleen aan de verdachte toebehoorde, maar ook door hem werd gebruikt, blijkt voorts uit de transacties die op die [bank] bankrekening plaatsvonden. Enerzijds blijkt uit de bewijsmiddelen dat van die [bank] bankrekening bedragen werden overgeschreven naar een [bank] -bankrekening van de verdachte, maar meer redengevend acht het hof de bijschrijvingen. Immers, op genoemd [bank] bankrekeningnummer vonden maandelijkse bijschrijvingen van de belastingdienst, zoals de voorschotten huur- en zorgtoeslag, plaats ten gunste van de met naam genoemde verdachte [verdachte] . Het tot het bewijs gebezigde transactieoverzicht van die [bank] bankrekening en de eigen waarneming van het hof geeft een representatief beeld van de activiteiten die op die [bank] bankrekening ten gunste van de verdachte plaatsvonden. De conclusie dat die [bank] bankrekening aan de verdachte toebehoorde en hij toentertijd daarmee bankierde vindt louter bevestiging in alle overige door de politie verkregen transactie- en bankgegevens in het dossier.

Dan het door en namens de verdachte geschetste alternatieve scenario, namelijk dat hij niet degene is geweest die het geldbedrag heeft overgemaakt naar zijn rekening. Het hof acht dit geenszins aannemelijk geworden en volstrekt ongeloofwaardig en het hof schuift dat scenario dan ook terzijde. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat de stelling van de verdachte dat de € 8.000,00 aangewend zou worden voor de gezamenlijke verbouwing van een chalet, weerlegd wordt door de bankgegevens van genoemde [bank] -rekening van de verdachte. Verbalisant [verbalisant 2] heeft namelijk in een proces-verbaal beschreven hoe de

€ 8.000,00 is gebruikt voor transacties naar verschillende bedrijven, waaronder een fors bedrag dat is overgeschreven naar verdachtes verhuurder [stichting] en ook een bedrag aan energiemaatschappij [bedrijf 1] (volgens het relaas proces-verbaal op pagina 4 verdachtes gas- en stroomleverancier) en dat er ook bedragen naar het [bank] rekeningnummer van de verdachte zijn overgemaakt. Voorts, nog daargelaten dat dat voor de bewezenverklaring verder niet redengevend is, blijkt ook niet uit de beschikbare bankgegevens dat de verdachte de € 8.000,00, al dan niet gedeeltelijk, heeft terugbetaald door middel van een overschrijving aan aangeefster.

Het hof verwerpt mitsdien het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging.

Resumerend acht het hof, op grond van het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen – in onderling verband en samenhang bezien – wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.

Dadelijk uitvoerbaarheid bijzondere voorwaarden

De politierechter heeft bij vonnis waarvan beroep bijzondere voorwaarden gekoppeld aan de voorwaardelijke gevangenisstraf, te weten, kort gezegd, een meldplicht bij de reclassering, het ondergaan van een ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname bij [GGZ] of een soortgelijke zorgverlener, en medewerking verlenen aan het aflossen van zijn schulden. Tevens is opdracht aan de reclassering gegeven tot het houden van toezicht op de naleving van die voorwaarden. De politierechter heeft vervolgens bevolen dat deze bijzondere voorwaarden en het daarop uit te oefenen reclasseringstoezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Volgens de wettekst van artikel 14e van het Wetboek van Strafrecht kan de rechter bevelen dat de bijzondere voorwaarden en het hierop uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn, indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meerdere personen.

Gelet op het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, is het hof van oordeel dat aan dit door de wetgever geformuleerde gevaarscriterium niet is voldaan. Om die reden zal het hof het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de door de politierechter opgelegde bijzondere voorwaarden en van het daarop uit te oefenen reclasseringstoezicht opheffen. Dit laat overigens de bijzondere voorwaarden die zijn verbonden aan de voorwaardelijke straf onverlet. Deze gelden mitsdien onverkort evenals de daarbij bepaalde proeftijd.

Vrijheidsbeperkende maatregel en dadelijke uitvoerbaarheid

In aanvulling op de overwegingen van de politierechter overweegt het hof nog dat de dadelijk uitvoerbaar verklaarde vrijheidsbeperkende maatregel, bestaande uit het contact- en locatieverbod, op basis van de informatie in het reclasseringsadvies d.d. 13 januari 2026 onverkort in stand dient te blijven, waarbij het hof in het bijzonder betrekt de informatie van Veilig Thuis/Sterk Huis als vermeld in het reclasseringsadvies d.d. 13 januari 2026, betreffende de verdachte (en zijn ex-partner), en de ten overstaan van de reclassering geuite wens van aangeefster [slachtoffer] (aangeefster, teven ex-partner) om een contact- en locatieverbod.

Ten aanzien van de duur overweegt het hof dat de maatregel door de politierechter op 16 januari 2026 dadelijk uitvoerbaar is verklaard, wat betekent dat op het moment van het wijzen van arrest al ruim zeven maanden zijn verstreken, welke tijd in mindering zal worden gebracht. Het hof is van oordeel dat vanuit het oogpunt van de bescherming van het slachtoffer de vrijheidsbeperkende maatregel nog geruime tijd moet voortduren.

Daarnaast zal het hof bevelen dat de vervangende hechtenis die eventueel al is tenuitvoergelegd, eveneens bij een eventuele tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis in mindering wordt gebracht.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van het door de politierechter gegeven bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de door de politierechter opgelegde bijzondere voorwaarden en het op naleving van die voorwaarden uit te oefenen reclasseringstoezicht, en doet in zoverre opnieuw recht:

heft op het door de politierechter gegeven bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de door de politierechter opgelegde bijzondere voorwaarden en het op naleving van die voorwaarden uit te oefenen reclasseringstoezicht;

beveelt dat de tijd die de verdachte al onderworpen is geweest aan de door de politierechter opgelegde en dadelijk uitvoerbaar verklaarde vrijheidsbeperkende maatregel bij de uitvoering van de opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel in mindering zal worden gebracht;

beveelt daarnaast dat de vervangende hechtenis die eventueel al is tenuitvoergelegd, eveneens bij een eventuele tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis in mindering wordt gebracht;

bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het vorenoverwogene.

Aldus gewezen door:

mr. M.J.M.A. van der Put, voorzitter,

mr. A.M.G. Smit en mr. N.I.B.M. Buljevic, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. N. van der Meer en J.W.J. de Leeuw, griffiers,

en op 24 augustus 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. A.M.G. Smit is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.