Strafrecht overig

Het hof past artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering toe en verklaart het namens de…

Zaakgegevens

Op 18 maart 2026 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
18 maart 2026
Datum publicatie
19 maart 2026
Zaaknummer
20-002449-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2026:756
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Het hof past artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering toe en verklaart het namens de verdachte ingesteld hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van grieven.

Uitspraak

Inhoudsopgave

Parketnummer : 20-002449-25

Uitspraak : 18 maart 2026

VERSTEK (dip)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank

Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 26 september 2025, in de strafzaak met parketnummer 01-168253-25 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,

blijkens de informatiestaat SKDB-persoon d.d. 8 januari 2026 sedert 27 juni 2022 als huidig BRP-adres: [adres 1] ,

met als laatst opgegeven woon- of verblijfplaats sedert 24 juni 2025: [adres 2] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van ‘bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het namens hem ingestelde hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hof is van oordeel dat het namens de verdachte ingestelde hoger beroep

niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend noch mondeling (of via een gemachtigd advocaat) bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven en het hof niet van oordeel is dat de strafzaak desalniettemin onderzocht dient te worden.

Het hof zal om die reden toepassing geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en het namens de verdachte ingestelde hoger beroep

niet-ontvankelijk verklaren.

BESLISSING

Het hof:

verklaart het namens de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door:

mr. C.C.H.T. Coert, voorzitter,

mr. W.E.C.A. Valkenburg en mr. E.E.J. Boesten, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.E. van Vessem, griffier,

en op 18 maart 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.