Strafrecht overig

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt…

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19 februari 2026

Zaakgegevens

Op 19 februari 2026 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
19 februari 2026
Datum publicatie
25 maart 2026
Zaaknummer
20-000491-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2026:815
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl hij daarbij misbruik heeft gemaakt van haar kwetsbare positie.

Procesgang

  1. Rechtbank Limburg · 6 februari 2024

    ECLI:NL:RBLIM:2024:581
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 19 februari 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:GHSHE:2026:815

Uitspraak

Parketnummer : 20-000491-24

Uitspraak : 19 februari 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 6 februari 2024, in de strafzaak met parketnummer 03-153213-23 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

De rechtbank heeft verdachte ter zake van:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl hij daarbij misbruik heeft gemaakt van haar

kwetsbare positie;

veroordeeld tot:

-een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met de bijzondere voorwaarde van een contactverbod met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] .

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de redengeving waarop dit berust.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep.

Het dictum van het bevestigde vonnis luidt:

-veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden;

bepaalt dat een gedeelte van de straf groot 6 maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 3 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

-stelt de volgende bijzondere voorwaarde waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen: dat de veroordeelde geen contact zal opnemen, zoeken of hebben - in welke vorm dan ook, ook niet via derden — met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] ;

Aldus gewezen door:

mr. C.P.J. Scheele, voorzitter,

mr. J.F.T.M. Krieken en mr. J.C. Gillesse, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. J.H.W. van der Meijs, griffier,

en op 19 februari 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. C.P.J. Scheele is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.