Strafrecht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Strafrecht overig
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12 maart 2026
ECLI:NL:GHSHE:2026:830 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2026-830
Zaakgegevens
Op 12 maart 2026 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 12 maart 2026
- Datum publicatie
- 26 maart 2026
- Zaaknummer
- 20-002226-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2026:830
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Diefstal.
Uitspraak
Parketnummer : 20-002226-25
Uitspraak : 12 maart 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 1 september 2025, in de strafzaak met parketnummer 03-082851-25 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,
wonende te [adres 1] ,
thans gedetineerd in PI Vught, [adres 2] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde bewezenverklaard, dat telkens gekwalificeerd als ‘diefstal’ de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en aan hem opgelegd de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van 2 jaren.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard, gelet op de bekennende verklaring van de verdachte en daarnaast een strafmaatverweer gevoerd, met dien verstande dat hij verweer heeft gevoerd tegen de oplegging van de ISD-maatregel.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het bestreden vonnis en met de gronden waarop het berust.
In hetgeen de raadsman bij pleidooi naar voren heeft gebracht met betrekking tot de door de rechtbank opgelegde ISD-maatregel, ziet het hof geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen.
De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep – gelijk hij ten overstaan van de rechtbank heeft gedaan – bepleit dat het hof aan de verdachte geen ISD-maatregel zal opleggen, omdat de verdachte in het geheel niet gemotiveerd is voor behandeling, zodat de oplegging van deze, bovendien dure, maatregel dientengevolge louter een kale afstraffing zou behelzen, waarvoor de ISD-maatregel niet is bedoeld.
Het hof overweegt – in aanvulling op hetgeen de rechtbank heeft overwogen – als volgt.
De ISD-maatregel strekt primair tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van de verdachte. Aldus is de ISD-maatregel allereerst op te vatten als instrument dat dient om (ernstige) overlast door criminaliteit terug te dringen. Subsidiair is de maatregel gericht op gedragsbeïnvloeding, zij het dat een ISD-maatregel in een voorkomend geval ook aangewezen kan zijn zonder dat een dergelijke resocialisatie in de lijn der verwachtingen ligt. Als het behandelperspectief wegvalt, resteert immers de (ernstige) maatschappelijke overlast, welke – anders dan de verdediging heeft bepleit – reeds op zichzelf langdurige opsluiting rechtvaardigt. Een en ander wordt door het verweer van de raadsman miskend, zodat het verweer niet kan slagen.
Het hof constateert dat aan de wettelijke vereisten voor de oplegging van de ISD-maatregel is voldaan en de oplegging van de ISD-maatregel acht het hof – in navolging van de rechtbank – passend en geboden.
BESLISSING
Het hof:
bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het vorenoverwogene.
Aldus gewezen door:
mr. C.P.J. Scheele, voorzitter,
mr. C.A. van Roosmalen en mr. T. Farber, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. T.S. Vos, griffier,
en op 12 maart 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. Farber voornoemd is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.