Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 20 november 2009

Zaakgegevens

Op 20 november 2009 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 november 2009
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
08/03521
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2009:BJ5133
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 22 juni 2009

    ECLI:NL:PHR:2009:BJ5133
  2. Hoge Raad · 20 november 2009deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2009:BJ5133

Uitspraak

Hoge Raad der Nederlanden

Derde Kamer

Nr. 08/03521

20 november 2009

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] , België (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 9 juli 2008, nr. 06/00412, betreffende een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto's en motorrijwielen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto's en motorrijwielen opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.

De Rechtbank te Breda (nr. Awb 05/4072) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur en de naheffingsaanslag vernietigd en de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 522.

Zowel belanghebbende als de Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. De Inspecteur heeft nadien zijn hoger beroep ingetrokken.

Het Hof heeft op het hoger beroep van belanghebbende de uitspraak van de Rechtbank vernietigd wat betreft de beslissing omtrent de proceskosten, die uitspraak voor het overige bevestigd en de Inspecteur veroordeeld in de kosten van het geding bij de Rechtbank en het Hof aan de zijde van belanghebbende, welke kosten zijn vastgesteld op in totaal € 2949.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal M.E. van Hilten heeft op 22 juni 2009 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie, tot vernietiging van de uitspraak van het Hof en tot het afdoen van de zaak door de Hoge Raad.

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens, J.A.C.A. Overgaauw, P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2009.