Belastingrecht
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan m.t.v. artikel 81, lid 1 RO.
Hoge Raad, 9 augustus 2013
ECLI:NL:HR:2013:369 · Hoge Raad · 9 augustus 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2013-369
Zaakgegevens
Op 9 augustus 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 augustus 2013
- Datum publicatie
- 6 augustus 2013
- Zaaknummer
- 12/05510
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:369
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan m.t.v. artikel 81, lid 1 RO.
Uitspraak
Hoge Raad der Nederlanden
Derde Kamer
Nr. 12/05510
9 augustus 2013
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank ’s-Gravenhage van 12 oktober 2012, nr. AWB 11/1073, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank betreffende enige aan belanghebbende opgelegde aanslagen rioolrecht.
1 Het geding in feitelijke instantie
De heffingsambtenaar van de gemeente ’s-Gravenhage (hierna: de heffingsambtenaar) heeft bij uitspraak het tegen de onderhavige aanslagen gemaakte bezwaar wegens overschrijding van de bezwaartermijn niet-ontvankelijk verklaard.
De Rechtbank te ’s-Gravenhage heeft bij uitspraak van 15 november 2011 (nr. AWB 11/1073) het tegen de uitspraak van de heffingsambtenaar ingestelde beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft daartegen verzet gedaan. De Rechtbank heeft bij de in cassatie bestreden uitspraak het verzet ongegrond verklaard.
2 Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beroep in cassatie ingesteld en daarbij enkele klachten aangevoerd.
3 Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren R.J. Koopman en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2013.