Belastingrecht

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan m.t.v. artikel 81, lid 1 RO.

Hoge Raad, 9 augustus 2013

Zaakgegevens

Op 9 augustus 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 augustus 2013
Datum publicatie
6 augustus 2013
Zaaknummer
13/00452
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:376
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan m.t.v. artikel 81, lid 1 RO.

Procesgang

  1. Centrale Raad van Beroep · 14 december 2012

    ECLI:NL:CRVB:2012:BY6380
  2. Hoge Raad · 9 augustus 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:376

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

Hoge Raad der Nederlanden

Derde Kamer

Nr. 13/00452

9 augustus 2013

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 14 december 2012, nr. 11/2317 AOW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Amsterdam (nr. AWB 10/2872 AOW) betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank (hierna: de SVB) ingevolge de Algemene Ouderdomswet (hierna: de AOW).

1 Het geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen voorgesteld.

De SVB heeft een verweerschrift ingediend.

2 Beoordeling van de middelen

2.1.

Ingevolge artikel 53, lid 1, van de AOW kan beroep in cassatie worden ingesteld tegen uitspraken van de Centrale Raad ter zake van schending of verkeerde toepassing van de artikelen 1, derde tot en met zevende lid, 2, 3 en 6 en de op die artikelen berustende bepalingen.

2.2.

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen – voor zover zij al zijn voorgesteld ter zake van schending of verkeerde toepassing van de hiervoor in 2.1. vermelde bepalingen – niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.M.F. van Loon als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2013.