Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 20 juni 2014

Zaakgegevens

Op 20 juni 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 juni 2014
Datum publicatie
19 juni 2014
Zaaknummer
13/05827
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:1480
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2012

    ECLI:NL:RBARN:2012:2332
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 15 oktober 2013

    ECLI:NL:GHARL:2013:7931

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 20 juni 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:1480

Uitspraak

20 juni 2014

Nr. 13/05827

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 oktober 2013, nr. 12/00742, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Arnhem (nr. AWB 12/1805) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2011 opgelegde aanslag in de roerenderuimtebelasting.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

2 Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 20 juni 2014.